Dit jaar is het twintig jaar geleden dat koor en combo de Matteüs Passie voor het eerst opvoerden. Een Nederlandstalige Passie op moderne muziek van Gerard van Amstel en Piet van Midden. Ook dit jaar voeren ze de Passie weer op, in Tilburg, Waalwijk en Haarsteeg. Elk jaar trekken de uitvoeringen veel en steeds nieuw publiek. Wat is de kracht van de uitvoeringen? En waarin zijn de uitvoeringen veranderd in twintig jaar?

“In het eerste jaar was ik de ontvangende predikant”, vertelt Otto Grevink, de huidige dirigent. “De Matteüs Passie was een alternatieve invulling van de Goede Vrijdagviering in de Ambrosiuskerk. De teksten bij de muziekstukken mocht ik samen schrijven met Sandra Gaakeer, maar ik zong nog niet mee. In die jaren werd de Passie een keer of drie per jaar uitgevoerd. En soms ook een jaartje niet. Zo bleef een koor ook fris.”

Albert Christ had een bijzondere rol in de voorbereiding en de uitvoering van de Matteüs Passie. “Hij had alle liederen bewerkt, zodat ze goed pasten bij ons koor. Hij waakte altijd voor overdreven herhalingen en voor arrangementen die steeds hetzelfde zijn. Met name bij de bassen kon hij mooie bewerkingen maken, waardoor de liederen letterlijk een diepere laag kregen. Ook begeleidde hij het koor met een combo, waarvoor hij arrangementen maakte. Hij had een drummer, dwarsfluitiste, gitarist en saxofonist, waarmee hij de muziek speelde op zijn eigen wijze. Ik zie hem nog vanachter zijn orgel zowel spelen, knikken als dirigeren; een schier onmogelijke combi, maar hij kon het.”

De muziekcommissie zorgde voor een mooie mix aan solo’s. “In die tijd waren we voorzichtig om niet één iemand Judas, Petrus, en dus ook Jezus te laten ‘zijn’”, vertelt Sandra Gaakeer, toentertijd voorzitter van de muziekcommissie. “Dus gaven we de solisten doeken in verschillende kleuren, die de rollen weergaven. En zo konden zangers van rol wisselen, zonder dat onduidelijk was welke rol ze zongen. Dat zag je aan de kleur.”

Na het onverwachte overlijden van Albert Christ in 2013 twijfelde Otto Grevink heel erg over het voortzetten van uitvoeringen. “Ik wist niet of ik het wel kón. Ik ben Albert niet. Tegelijkertijd zat die muziek inmiddels zo in onze genen, dat ik nauwelijks meer hoefde te doen dan nootjes doornemen waar nodig, aangeven en letten op de dynamiek. Ook de comboleden pakten zelf hun eigen rol op.” Wel was het nodig om de uitvoeringen iets aan te passen om de Passie ook weer eigen te maken. “In die tijd zag je in uitvoeringen als The Passion een steeds grotere rol voor Maria, de moeder van Jezus. Terecht natuurlijk. Daarom haalden we uit een andere Bdijbelse musical van dezelfde componist en van de broer van de schrijver van de Passie, Gerard van Midden, een schitterend Stabat Mater. Daarmee hebben we een heel eigentijds element kunnen inbrengen in de Passie uitvoeringen. Ook hebben we de koralen, die geïnspireerd waren op de Mattäus Passion van Bach toen weggelaten en een ander samenzang nummer toegevoegd. En zijn we gaan werken met videobeelden met een voice-over. Dat gaf een hele nieuwe kleur aan de uitvoeringen, die ook veel moderner werden in de toepassing van techniek, onder leiding van Mario Wagemakers.”

Nu na 20 jaar kijken koor en combo nog één keer terug. “Het Stabat Mater is gebleven, een nieuw nummer is toegevoegd over de stilte in je hart waarin van alles woelt. Maar de koralen zijn terug. En de video’s laten we achterwege en vervangen we weer door teksten. Om echt weer even de kans te geven te luisteren. Vooral ook naar wat die teksten en muziek met jezelf doen. Zo blijft het goed om door de tijd heen andere accenten te leggen, zodat teksten en muziek blijven spreken.”

Koor en combo voeren de Matteüs Passie op in de Mariakerk in Tilburg op zaterdag 21 maart om 19.30 uur en in de Lambertuskerk in Haarsteeg op Goede Vrijdag 3 april om 19.30 uur. Op zaterdag 28 maart klinken verschillende liederen uit de Matteüs Passie tijdens een Passieconcert met De Cantorij in de Ambrosiuskerk in Waalwijk, ook om 19.30 uur. Toegang is overal vrij; er is een collecte na afloop.