De gemeente Waalwijk gaat geen woningen vrijhouden voor inwoners die door bijvoorbeeld brand, stormschade of een andere calamiteit langere tijd niet in hun huis kunnen wonen. Volgens het college komen dergelijke situaties relatief weinig voor en is het vanwege de krapte op de woningmarkt niet doelmatig om hiervoor woningen beschikbaar te houden. Bij een calamiteit blijft maatwerk het uitgangspunt.
Dat blijkt uit antwoorden van het college op artikel 47-vragen van SamenWaalwijk. De fractie wilde onder meer weten welke mogelijkheden inwoners hebben wanneer hun woning na een calamiteit maandenlang onbewoonbaar is en welke verantwoordelijkheid de gemeente daarbij heeft.
Eerste opvang geregeld
Voor de acute fase na een wooncalamiteit heeft Waalwijk een vaste werkwijze. De officier van dienst Bevolkingszorg wordt ingeschakeld en kan, afhankelijk van de aard en omvang van het incident, ter plaatse komen. Indien nodig wordt Stichting Salvage ingeschakeld.
Deze stichting verzorgt de eerste opvang en begeleiding van gedupeerden. Daarbij kan worden geholpen met tijdelijk onderdak, het beperken van verdere schade en het eerste contact met de verzekeraar.
Wanneer een woning langere tijd onbewoonbaar blijft, verandert de situatie. Het regelen van tijdelijke huisvesting ligt dan in eerste instantie bij de bewoner, diens verzekeraar en, wanneer het om een huurwoning gaat, de verhuurder.
Gemeente kan ondersteuning bieden
De gemeente heeft volgens het college geen automatische verplichting om langdurig vervangende woonruimte te regelen. Wel moet de gemeente een hulpvraag beoordelen wanneer iemand door de calamiteit niet zelf in staat is opvang te organiseren en een noodsituatie ontstaat.
Daarbij wordt gekeken naar wat de inwoner zelf kan regelen en wat familie of het sociale netwerk kan betekenen. Wanneer iemand bijvoorbeeld door leeftijd, een beperking, gezondheidsproblemen of onvoldoende financiële mogelijkheden geen oplossing kan vinden, kan vanuit de Wmo of andere gemeentelijke regelingen maatwerk worden geboden. Dat kan bestaan uit tijdelijke opvang, begeleiding of bemiddeling naar passende huisvesting.
Inwoners kunnen daarnaast bijvoorbeeld tijdelijk bij familie intrekken, een woonunit op het eigen perceel of dat van familie plaatsen of tijdelijk een woning of recreatiewoning huren.
Geen woningen achter de hand
SamenWaalwijk vroeg ook naar de mogelijkheid om wisselwoningen, flexwoningen of andere woningen voor calamiteiten beschikbaar te houden. De gemeente heeft zelf geen woningen in bezit en beschikt daarom niet over kant-en-klare calamiteitenwoningen.
Ook zijn hierover geen specifieke afspraken gemaakt met woningaanbieders. Wel kan een gedupeerde een urgentieverklaring aanvragen voor een sociale huurwoning. Daarbij moet het inkomen passend zijn voor sociale huur.
Het college wil evenmin één of meerdere woningen structureel reserveren voor calamiteiten. Ernstige incidenten waarbij bewoners lange tijd niet naar huis kunnen, komen volgens het college weinig voor en zijn niet voorspelbaar. Het vrijhouden van woningen zou bovendien betekenen dat deze gedurende mogelijk lange perioden niet beschikbaar zijn voor reguliere woningzoekenden. Gezien de druk op de woningmarkt kiest het college daarom voor maatwerk wanneer daadwerkelijk een calamiteit plaatsvindt.
Andere route voor huurders en kopers
Er bestaat wel een duidelijk verschil tussen huurders en eigenaar-bewoners. Bij een huurwoning moet de verhuurder kijken naar tijdelijke vervangende woonruimte. De verhuurder is voor de gedupeerde het eerste aanspreekpunt.
Een eigenaar van een koopwoning is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het vinden van een oplossing. Een opstal- of inboedelverzekering kan, afhankelijk van de polisvoorwaarden, de kosten van tijdelijke huisvesting vergoeden. Een eigenaar-bewoner kan daarnaast met een hulpvraag bij de gemeente aankloppen.
Het college wil wel bekijken of de informatievoorziening na calamiteiten duidelijker kan. Inwoners zouden dan beter kunnen zien waar zij terechtkunnen voor acute opvang, verzekeringszaken, vervangende woonruimte en aanvullende ondersteuning.
Brand Sint Antoniusstraat niet apart geëvalueerd
Aanleiding voor de vragen was onder meer de brand aan de Sint Antoniusstraat. SamenWaalwijk wilde weten of de aanpak na deze brand is geëvalueerd en of het college samen met onder andere Casade, verzekeraars en Stichting Salvage een sluitende aanpak voor calamiteitenhuisvesting wil ontwikkelen.
De brand is niet afzonderlijk geëvalueerd. Omdat geen sprake was van een GRIP-incident vond geen multidisciplinaire evaluatie plaats. Ook de gemeente heeft zelf geen aparte evaluatie uitgevoerd. Volgens het college is de bestaande werkwijze gevolgd en zijn geen bijzonderheden of knelpunten naar voren gekomen die aanleiding gaven voor een evaluatie.
In de acute fase was Bevolkingszorg betrokken en werd Stichting Salvage ingezet. Ook daarna hield de gemeente contact met bewoners en werd waar mogelijk meegedacht over vervolgstappen.
Volgens het college bestaan binnen zorg, wonen en crisisbeheersing al afspraken tussen betrokken partijen over opvang, begeleiding en tijdelijke of vervangende huisvesting. Omdat er geen signalen zijn dat die afspraken bij de betreffende brand onvoldoende hebben gewerkt, ziet het college momenteel geen aanleiding voor aanvullend onderzoek naar een afzonderlijke Waalwijkse aanpak voor calamiteitenhuisvesting. Mochten bij toekomstige incidenten wel knelpunten ontstaan, dan wordt bekeken of aanvullende afspraken of verbeteringen nodig zijn.
