De gemeente Waalwijk wil mantelzorgers eerder in beeld krijgen en beter ondersteunen om overbelasting te voorkomen. Daarbij wordt onder meer ingezet op laagdrempelige voorzieningen in de wijken, indicatievrije dagbesteding en digitale ondersteuning. Ook wordt regionaal gewerkt aan een meer uniforme aanpak van mantelzorg en respijtzorg. Dat blijkt uit antwoorden van het college op raadsvragen over mantelzorg.

Het college erkent dat demografische en maatschappelijke ontwikkelingen de druk op mantelzorgers vergroten. Vroegtijdige signalering en goede informatievoorziening zijn volgens het college daarom belangrijk voor zowel zorgvragers en mantelzorgers als professionals.

Lokaal wordt gewerkt aan voorzieningen dicht bij inwoners. Het gaat onder meer om verlengde inloopvoorzieningen, indicatievrije dagbesteding, wijkteams en stevige lokale teams. Inwoners moeten hierdoor eerder passende ondersteuning kunnen krijgen.

Ook ‘stille’ mantelzorgers bereiken

Extra aandacht is er voor mantelzorgers die niet altijd direct als zodanig in beeld zijn, zoals werkenden en jonge mantelzorgers. Samen met de gemeenten Loon op Zand en Heusden wordt hiervoor gebruikgemaakt van het digitale platform en ondersteuningsprogramma Zorggenoot.

Via onder meer een digitale gids, de 24/7 beschikbare virtuele assistent Cari en een mantelzorgtest kunnen mensen informatie vinden over ondersteuning en verschillende regelingen. Waar nodig worden zij doorverwezen. Door het platform gezamenlijk onder de aandacht te brengen, willen de gemeenten voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken.

De aanpak sluit aan bij het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Daarbinnen wordt onder meer gewerkt aan herkenbare inloopvoorzieningen in wijken, sterkere lokale teams, structurele mantelzorgondersteuning en respijtzorg. Ook wordt ingezet op samenwerking tussen gemeenten, GGD, zorgverzekeraars en welzijnspartners.

Respijtzorg moet overbelasting voorkomen

Ook regionaal krijgt respijtzorg aandacht. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan dagactiviteiten of tijdelijke vervangende zorg, zodat een mantelzorger even wordt ontlast.

In regionaal verband is een conceptplan van aanpak opgesteld dat de komende maanden wordt besproken. Het doel is dat professionals mantelzorgers beter leren herkennen en erkennen als volwaardige partner in de zorg. Ook moeten zij mantelzorgers eerder kunnen wijzen op passende ondersteuning en respijtzorg.

Nieuwe regels voor mantelzorgwoningen

De gemeente heeft de mogelijkheden voor tijdelijke woningen voor familieleden eerder al verruimd. Sinds oktober 2025 kunnen eerstegraads en tweedegraads familieleden onder voorwaarden een vergunning aanvragen voor een tijdelijke woning op het achterterrein, zonder dat hoeft te worden aangetoond dat sprake is van mantelzorg. De termijn van deze regeling is bovendien verlengd van tien naar vijftien jaar.

Vanaf 1 januari 2027 veranderen de landelijke regels voor mantelzorg- en familiewoningen verder. Zo verdwijnt onder meer de mantelzorgverklaring en wordt het mogelijk om onder voorwaarden vergunningsvrij een familiewoning in het achtererfgebied te realiseren voor meerderjarige eerstegraads familieleden en hun huishouden. Ook kunnen straks meer dan twee personen in een mantelzorgwoning wonen.

Vergunningsvrij betekent volgens het college overigens niet dat er helemaal geen regels gelden. De woningen moeten bijvoorbeeld nog steeds aan bouwtechnische voorschriften voldoen. Gezien de gemeentelijke en landelijke verruimingen ziet het college op dit moment geen reden om de eigen procedures verder te vereenvoudigen.

Integraal plan voor komende jaren

Mantelzorg krijgt ook een plek binnen het programma Samen Redzaam. De gemeente werkt aan een integraal beleidskader waarin ouderen, zorgbehoevenden en mantelzorgers een belangrijk onderdeel vormen. Daaraan wordt een uitvoeringsplan gekoppeld voor een gebruikelijke periode van vier jaar.

Met de ontwikkeling van het Stevig Lokaal Team (SLT), waaronder Team Jeugd en Gezin en ondersteuning voor volwassenen vanaf 18 jaar, wil de gemeente inwoners van alle leeftijden beter ondersteunen. Samen met maatschappelijke partners moeten hulpvragen zoveel mogelijk dichtbij inwoners en waar mogelijk zonder indicatie worden opgepakt.

Het college wil de gemeenteraad bovendien weer ieder kwartaal bijpraten over het sociaal domein. Daarmee moet de raad tijdig inzicht krijgen in actuele ontwikkelingen, knelpunten en nieuwe beleidsvoornemens.