Het talent om carnaval te vieren heeft ze niet van mij. Dochterlief keek er al een week naar uit. Als eenhoorn wilde ze weer gaan, net als vorig jaar. In haar onesie van de Zoete Zusjes, lekker roze, en met een eenhoornmasker op. ‘Ik schmink haar wel met glitters’ zei een moeder van een van haar eerste vriendjes op school; een ‘vriendje op wielen’, zo noemde ze hem toen.
‘Bijna acht’ is ze, zegt ze zelf. En op haar school voor speciaal onderwijs hadden ze het perfect georganiseerd. Mooi afgebakend tot één ochtend. Ze staat op de foto’s met haar handen op haar oren bij de harde muziek. Maar ze heeft genoten. Meer dan ik vroeger. Maar zo zou zij het ook niet leuk gevonden hebben. Wij moesten vroeger met vierhonderd leerlingen in het veel te krappe ‘Bremhuis’, zoals het heette, waar de leraren jolig iedereen probeerde mee te trekken in de polonaise. Mijn moeder herinnert zich hoe mijn zussen en ik bij het raam wachtten tot we werden opgehaald. En zo voelde het ook. Wachten tot het over was. Dochterlief zou niet anders gedaan hebben.
Afgelopen week ontmoette ik mensen die zich inzetten voor inclusiever onderwijs. Onderwijs waar alle kinderen terecht kunnen. Toen ik dat vertelde aan een moeder zei zij: ‘Dat kan nooit.’ En ik zag de pijn in haar ogen. Van een dochter die zich niet thuis had gevoeld op school. Het was teveel voor haar geweest. Te hoog gegrepen. En het lijkt ook onmogelijk, als ik naar de klas van mijn dochter kijk. En toch.
Het begint bij je mensbeeld, zei een directeur van een inclusieve school. Heb je een ‘perfect’ of normaal plaatje van een kind in je hoofd, dan wijken daar inderdaad veel kinderen vanaf. Maar als je inclusiever denkt in meer mogelijkheden, dan zie je dat eigenlijk ieder kind anders is. Dat leer ik ook elke dag weer op de parkeerplaats van de school van dochterlief. Meer dan 30 taxi’s brengen en halen zoveel verschillende kinderen op, dat de verschillen eigenlijk niet eens meer opvallen. ‘Mijn dochter is niet bijzonder meer’, verzuchtte ik ooit in een column, toen ze op deze school terecht kwam. En dat is het mooie van speciaal onderwijs: omdat iedereen speciaal is, is niemand meer speciaal.
Ieder kind is anders. Dat doorbreekt de norm waaraan kinderen zouden moeten voldoen. En daar begint je inclusieve onderwijs. Dat betekent niet dat je alles samen moet doen. Dat gaat gewoon niet. Maar er kan meer dan je denkt. Een prachtig voorbeeld hoorde ik van de directeur over de sneeuw die onlangs viel. Bijna alle kinderen stonden bij de trap van de school die helemaal besneeuwd was. Eén leerling stond voor de hellingbaan met zijn rolstoel. Terwijl iedereen bezig was om de trap sneeuwvrij te maken, zei hij: ‘Als jullie de hellingbaan vrijmaken, dan kunnen we er met z’n allen overheen naar boven.’
Wat goed is voor één, blijkt hier ook goed voor iedereen. En zo zijn er meer dingen te bedenken die andere kinderen ook goed zouden doen. De rust en het ritme, de orde in de dag, en vooral ook: minder activiteiten tegelijkertijd. Die ene ochtend carnaval van dochterlief had ik misschien ook nog wel leuk gevonden.
Ik vind het een mooi startpunt om over inclusiever onderwijs na te denken. Iedereen is anders. En wat goed is voor één, kan ook heel goed zijn voor iedereen. Bovendien leren symbiose-trajecten, waarin kinderen deels naar speciaal en deels naar regulier onderwijs gaan, dat kinderen zo ook met elkaar leren omgaan en zo hun beeld op de samenleving verbreden, dat iedereen inderdaad anders is.
Mooi ideaal? Niet als dat betekent dat iedereen zich maar moet aanpassen. Wel als je de meerwaarde voor ieder kind kunt zien als het zichzelf kan zijn en zich kan ontwikkelen op de manier die bij haar of hem past. Als we de norm dat iedereen op elkaar moet lijken loslaten en zien dat iedereen anders is, dan hoeft niemand bang te zijn het onderspit te delven. En dus ben ik trots op mijn lieve eenhoorn, maar ook op mezelf dat ik wegbleef uit die polonaise. Leuk voor een ander. Niet voor mij. Ik ben, net als iedereen, anders.
Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.
