Ook na 81 jaar willen wij onze bevrijders nog steeds herdenken en eren. In het bijzonder de vele soldaten die hebben gestreden in een zeer bloedige strijd op en om het Kapelsche veer. Velen hebben hun leven hier gegeven. Dit jaar nodigen we jullie uit op zaterdag 31 januari bij het monument Kapelsche veer aan de Veerweg in Sprang-Capelle om 11.00 uur. Iedereen is welkom!

De strijd om het Kapelsche Veer

Na de geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944 werd Zuid-Nederland in de daaropvolgende maanden grotendeels bevrijd. Operatie Market Garden in september 1944 slaagde slechts gedeeltelijk, maar zorgde wel voor een bevrijde strook in Zuid-Nederland. In oktober volgde Operatie Pheasant, waarmee Brabant en Zeeland grotendeels werden gezuiverd van Duitse troepen. De Bergsche Maas werd hierbij de noordelijke frontgrens, bewaakt door de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van generaal Stanisław Maczek.

Bij het Kapelsche Veer, nabij Sprang-Capelle, ontstond eind 1944 een strategisch belangrijk eiland nadat bruggen waren opgeblazen. Duitse eenheden ontdekten dat dit gebied slechts dun bezet was door de geallieerden. Onder leiding van generaal Kurt Student werd het eiland uitgebouwd tot een versterkt bruggenhoofd, bedoeld als mogelijke oversteekplaats in het kader van Operatie Fall Braun, een noordelijke uitbreiding van het Ardennenoffensief.

Operatie Elephant

Hoewel het Ardennenoffensief eind december 1944 vastliep, besloot Student het bruggenhoofd bij het Kapelsche Veer te behouden, onder meer als oefenterrein voor parachutisten. De geallieerden beschouwden dit als een ernstige bedreiging. Pogingen van de Poolse Pantserdivisie om het bruggenhoofd uit te schakelen mislukten herhaaldelijk in december 1944 en januari 1945, ondanks zware beschietingen en grote inzet. Meerdere operaties (Trojan en Horse), uitgevoerd onder extreem winterse omstandigheden, leidden tot zware verliezen zonder beslissend resultaat.

Na deze mislukkingen werd een grootschalige en definitieve aanval voorbereid: Operatie Elephant. Onder leiding van het Eerste Britse Legerkorps kreeg de 4e Canadese Pantserdivisie de opdracht het bruggenhoofd uit te schakelen. Met zware artillerie, tanks, luchtsteun, rookgordijnen en speciale vaartuigen begon de aanval op 26 januari 1945. De strijd verliep uiterst moeizaam door hevige Duitse tegenstand, extreme kou, ijsvorming, later gevolgd door dooi en modder, waardoor tanks vastliepen en de opmars stokte.

Ondanks zware verliezen wisten de Canadezen en hun bondgenoten het bruggenhoofd steeds verder te verkleinen. Toen generaal Student eind januari werd vervangen, kreeg de Duitse bevelhebber toestemming zich terug te trekken. In de nacht van 30 op 31 januari 1945 verlieten de Duitse troepen het eiland. Na vier dagen van hevige gevechten was het Kapelsche Veer definitief bevrijd.

De strijd kostte de geallieerden in totaal 572 slachtoffers, waaronder Poolse, Britse, Noorse en vooral Canadese militairen. Het gevecht om dit kleine stukje Nederlands grondgebied bleek een van de zwaarste en bloedigste episodes aan de Bergsche Maas.