Didem Timur is als jeugdcoördinator verbonden aan de Waalwijkse voetbalvereniging WSC. Vanuit ‘Waalwijkvoetbalt’ is ze verantwoordelijk voor het onderlinge contact tussen de verschillende clubs. In haar optiek is er teveel sprake van een eilandjescultuur: “Voetbal schept verbinding en daar valt nog winst te behalen!”
Is het gras groener bij de buren?
Didem nam daarom het initiatief en richtte een lokaal platform op waarmee ze zich wil inzetten voor meer verbinding binnen het Waalwijkse jeugdvoetbal. Met haar Insta-account genaamd Waalwijkvoetbalt wil ze de sociale cohesie binnen de verschillende clubs verhogen en in kaart te brengen wat de jeugd zoal doet. “Vanuit mijn rol als jeugdcoördinator merkte ik dat er minder nieuwe spelers komen. En dat spelers overstappen en soms ook weer terugkomen. Sommige spelers vertrekken om een plek binnen de selectie te krijgen. Anderen ontdekten dat het gras bij de buren niet groener was dan dat het aanvankelijk leek te zijn. We leven in een tijd waarin prestatie erg belangrijk is en vergelijken onszelf en onze situatie voortdurend met die van anderen.”
Saamhorigheid
Didem ging in gesprek met andere clubs om hen meer bij dit initiatief te betrekken. Ook heeft ze contact gezocht met de KNVB, die dit soort lokale initiatieven actief aanmoedigt. “De KNVB ondersteunt met kennis en kunde de webinars die door Waalwijkvoetbalt voor ouders georganiseerd worden.”
Via het platform organiseert Didem initiatieven die zowel sportiviteit als saamhorigheid stimuleren. “Binnenkort wordt een kledingbeurs gehouden voor voetbalkleding en -benodigdheden. Via ons Instagram-account word je op de hoogte gehouden van de datum en locatie.” Met lokale toernooien wil ze de samenwerking tussen clubs stimuleren.
Didem onderschrijft het belang van sport, in dit geval voetbal, en het verhogen van de mentale weerbaarheid.
De contacten met voetbalvereniging SVO de Gaard zijn erop gericht het meiden-voetbal aan te moedigen en meer meiden aan te trekken. “Ook hier ligt de focus op meer verbinding en samen organiseren!”
