Op 15 augustus 1945 kwam met de capitulatie van Japan een einde aan de Tweede Wereldoorlog in het voormalige Nederlands-Indië. Daartoe worden ieder jaar op 15 augustus alle mensen herdacht, die tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende dekolonisatieperiode zijn omgekomen of hebben geleden onder oorlog, geweld, onderdrukking en dwangarbeid. In Waalwijk kwamen dit jaar op 15 augustus zo’n 130 mensen samen bij het Moluks monument aan de Burgemeester Moonenlaan, naast het Oorlogsmonument.
Een waardige Indiëherdenking in Waalwijk
Dit jaar had de ceremonie een extra bijzonder tintje. Het is namelijk precies 75 jaar geleden dat de eerste Molukkers naar Nederland kwamen. Op 21 maart van dit jaar werd daartoe in Waalwijk het Moluks monument officieel onthuld. Enkele sprekers deelden tijdens de herdenking op 15 augustus hun persoonlijke verhaal en hun herinneringen. Namens de gemeente Waalwijk sprak wethouder Richard Tiemstra de aanwezigen toe en werd namens het gemeentebestuur een krans gelegd bij het monument.
Naast de muzikale omlijsting door M.I. Sound waar onder andere het Wilhelmus, de Last Post en enkele Molukse liedjes ten gehore gebracht werden, was er een moment van stilte en werd ook namens de aanwezige Waalwijkse veteranen een krans gelegd.
Verwerken is versterken
Reana Oppier is één van de nazaten van de derde generatie Molukkers in Waalwijk. Haar motivatie om docent te willen worden is rechtstreeks terug te voeren naar een ervaring uit haar eigen schooltijd "Toen ik voor het eerst geschiedenis kreeg op de basisschool bladerde ik door het boek en zag tot mijn grote vreugde dat er een hoofdstuk was over Indonesië en over de komst van Molukkers. Ik kon niet wachten tot we bij dat hoofdstuk waren en ik ook iets kon vertellen over mijn roots. Maar het hoofdstuk werd overgeslagen. Zoals zoveel hoofdstukken uit de tijd van het kolonialisme. Dat deed pijn omdat het voelde alsof het niet de moeite was om te praten over onze geschiedenis. Alsof het niet belangrijk was om te weten wat de reden was dat wij, Molukkers, nu hier in Nederland waren, en alsof het niet belangrijk was wat mijn grootouders hebben meegemaakt. Nu ben ik zelf leerkracht en kan ik het anders doen. Ik denk dat het belangrijk is om de verschillende perspectieven te delen zodat er meer begrip en erkenning ontstaat. De Nederlandse geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de koloniale geschiedenis. En door mijn verhaal te delen hoop ik mijn leerlingen, maar ook andere mensen te kunnen inspireren om empathie te kweken tussen verschillende bevolkingsgroepen, waardoor wederzijds onbegrip afneemt."
Reana tijdens haar toespraak.
Zwarte bladzijde
De koloniale geschiedenis was, en is, nog altijd geen verplichte lesstof op onze Nederlandse scholen. En wees eens eerlijk, wie heeft zich ooit werkelijk verdiept in deze pijnlijke geschiedenis? Wat weten we eigenlijk meer dan de gebeurtenissen met de trein- en schoolkaping in de jaren ’70 door Molukkers, omdat de impact ervan op onze samenleving zo groot was?
Met name de tweede generatie Molukkers hier in Nederland zag geen uitweg voor hun onmacht en het leed dat hun ouders was aangedaan, en wat middels hun opvoeding op hen geprojecteerd werd.
Natuurlijk mag dit nooit het excuus zijn om tot gewelddadige acties over te gaan. Wel mag er meer aandacht zijn over hoe mede door misstanden vanuit de Nederlandse staat deze gebeurtenissen hebben kunnen plaatsvinden. Behandeling van de lesstof over deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis vergroot het begrip en geeft de mensen die het betreft, met terugwerkende kracht, de erkenning waar zij recht op hebben.
Reana wist tijdens de herdenking met haar indringende en betekenisvolle toespraak feilloos de vinger op de zere plek te leggen en de verbinding tussen verleden, heden en toekomst te maken: “Ik ben een kleindochter van KNIL-militair Gaspar Oppier. Toen de strijd gestreden was en de Molukse militairen hun land moesten verlaten, vertrokken mijn grootouders samen met hun twee oudste kinderen op de boot naar Nederland. Met slechts twee legerkisten, omdat de Nederlandse regering had beloofd dat ze snel weer terug zouden kunnen keren naar hun geboortegrond. Ze kwamen terecht in Kamp Vught en uiteindelijk in Waalwijk. Daar moesten ze ervaren dat van de Nederlandse belofte niets terecht kwam. Hun loyaliteit aan Nederland tijdens de oorlog sloeg na aankomst als een boemerang in hun gezicht. Bij aankomst werden de militairen ontslagen, ze verloren hun pensioen en werden opgevangen onder erbarmelijke omstandigheden."
Litteken
"Als ik vroeger vertelde dat ik van Molukse afkomst was, kreeg ik vaak de reactie ‘dan kun je vast goed treinen kapen hè’. Auw. En ‘Jouw opa en oma waren zeker blij dat ze in een ontwikkeld land terecht kwamen’ Nee, dat waren ze niet! Ze werden geplaatst in vochtige barakken, er was geen warm water, ze spraken de Nederlandse taal niet, de winters waren ijzig koud, ze mochten niet werken en hadden geen regie over hun eigen leven. Mijn ooms en tantes gingen naar de Ambonezenschool op het kamp, waar in sommige afgesloten lokalen nog bloedresten van de holocaust te vinden waren. Zij groeiden op in onzekerheid, politieke spanningen en onder bovenal de benauwende frustraties van hun ouders, hun heimwee, en ze kregen een militaire opvoeding. Toen mijn opa met alzheimer in Eikendonk lag, kwamen er soms flarden uit de oorlog voorbij. Over het litteken op zijn buik, dat hij overhield tijdens een gevecht tegen de Japanners. Maar meer ook niet. De eerste generatie vertelde niet hun verhalen. Het was te pijnlijk, maar er was ook geen plek en ruimte om hun leed te delen en de pijn te verwerken. De eerste generatie moest in Nederland snel meedraaien en 'niet zeuren'. Hun heftige ervaringen uit die tijd werden thuis vaak weggestopt."
Stem voor de toekomst
Reana vervolgt: "De Nationale Dodenherdenking stond voorheen vooral stil bij de oorlogsverhalen uit Nederland en ook op scholen werd daar veel aandacht aan besteed. De pijnlijke opmerking die ik vroeger kreeg kwam deels voort uit onwetendheid door gebrekkige behandeling in schoolboeken en de late erkenning van de dekolonisatieoorlog. Ik ben daarom blij dat er nu steeds meer ruimte is om deze verhalen wel te vertellen. Dat er plekken zoals hier in Waalwijk zijn, waar we even stil kunnen staan bij de gebeurtenissen en waar we verhalen kunnen delen. Zo ontsluit je de pijn voor nieuwe generaties. Ik wil mijn stem laten horen voor de eerste generatie, voor mijn opa en oma, maar ook een stem zijn voor de toekomst. De pijn en het leed, door onze grootouders en ouders altijd meegedragen, voelen wij als derde generatie tot op de dag van vandaag nog. Die pijn kunnen we nu omzetten in kracht en laten zien wie wij zijn. Onze hechte gemeenschapscultuur, de saamhorigheid, de familiebanden, diep respect en de diepe onderlinge zorg is wat wij de rest van het land kunnen meegeven. Onze saamhorigheid laat zien dat je onvoorwaardelijk verbonden kunt zijn, zélfs als je een ander geloof hebt of uit een ander dorp komt. Het laat zien dat relatie altijd boven conflict staat. In een tijd waarin polarisatie de boventoon lijkt te voeren, is dit harder nodig dan ooit."
Gezamenlijke maaltijd na de officiële herdenking.
Pijn delen, helpt verzachten
Het vermogen om na diep trauma, onrecht en verlies niet op te geven maar samen iets sterks op te bouwen is voor mij kenmerkend voor onze cultuur. Niet alleen pijn maar ook veerkracht kan worden doorgegeven! Waar de eerste generatie moest overleven en de tweede generatie hard vocht voor erkenning, transformeert de jonge generatie van nu, de historische pijn naar trots, creativiteit en maatschappelijke impact. ‘Verwerken is versterken’.
Laten we die ruimte die er nu ontstaat voor andere verhalen met elkaar pakken. En met elkaar zijn, dat kunnen wij goed. Met elkaar vieren, met elkaar rouwen, en vanaf nu ook met elkaar herdenken. Pijn is nooit alleen, maar altijd gedeeld. Pijn delen, helpt verzachten. Daarom zijn deze initiatieven zo waardevol. De verhalen blijven vertellen kweekt begrip. En begrip bouwt bruggen tussen mensen. Naar het verleden en vooral ook naar de toekomst."
Herdenken doen we samen
Na het ceremonieel werd de middag voortgezet met een gezamenlijke Nasi Bungkusmaaltijd. Deze rijstmaaltijd verpakt in een bananenblad, heeft een bijzondere historische betekenis; het was een van de eerste maaltijden die het Rode Kruis uitdeelde aan de gevangenen die bevrijd werden uit de Japanse interneringskampen. Juist door samen te komen en de verhalen te blijven delen, houden we de geschiedenis levend en wordt het verleden doorgegeven aan toekomstige generaties. Samen eten, herinneringen delen en met elkaar in gesprek gaan vormden een waardevolle afsluiting van deze bijzondere middag.
