Waar ome Ad was, was reuring. Een echte polderman, verknocht aan de Biesbosch en onafscheidelijk van zijn sigaretje. Een belhamel ook, want stropen en fuiken zetten deed hij zijn hele leven lang, altijd op z’n hoede voor de politie. En was er een feestje dan haalde ome Ad al snel zijn mondharmonica uit de zak om binnen tien tellen de boel op stelten te zetten. Vorige week overleed hij op 88-jarige leeftijd; met hem sterft ook een stukje van mijn jeugd, van het leven zoals het vroeger zo overzichtelijk was.
Nou ja, echt veel directe jeugdherinneringen heb ik niet aan ome Ad, maar het is meer zijn levensstijl en zijn visie op het leven die ik zo in hem waardeerde. Wars van moderne ontwikkelingen, genietend van de kleine dingen om zich heen en vooral verknocht aan de natuur. Alles wat in deze tijd in rap tempo lijkt te verdwijnen. Want we omarmen massaal de nieuwste snufjes, vragen alles aan ChatGPT en willen vooral meer, meer, meer, angstvallig jaloers kijkend op de social media wat andere allemaal hebben.
Een mooiere foto had er niet op de rouwkaart kunnen staan: een breed lachende ome Ad met een bussel wilgentakken op zijn schouder op de plek waar hij het liefste was: de Biesbosch.
Dat interesseerde ome Ad helemaal niets. Hij leefde van de wind en bloeide helemaal op als hij over vroeger kon vertellen. Want dat hij als oudste zoon uit het gezin van dertien kinderen veel heeft meegemaakt, moge duidelijk zijn. Zeker omdat hij als kleine jongen de oorlog en later de watersnood bewust heeft meegemaakt. Ome Wim vertelde er afgelopen donderdag tijdens de afscheidsdienst treffend over, met een zelfde spannende intonatie als ome Ad altijd had. Je kon niet anders dan aan zijn lippen gekluisterd zijn als hij vertelde over kreken, sloten en polders.
'Near a tree by a river there's a hole in the ground where an old man of Aran goes around and around. And his mind is a beacon in the veil of the night. For a strange kind of fashion there's a wrong and a right, but he'll never, never fight over you.' (The Riddle - Nik Kershaw)
Opa en oma Donks hadden een groot gezin. Al mijn ooms en tantes kregen kinderen, dus het was ’s zondags altijd een drukte van jewelste in het kleine huisje aan de Stadhoudersdijk. De groep was te groot om iedereen vaak te zien, dus ome Ad en tante Tonny uit de May zagen we niet vaak. Juist op latere leeftijd kwam ik hem regelmatig tegen op de gekste plekken. Zo kwam hij opeens aanwaaien toen we ons eerste huis aan de Marijkelaan aan het verbouwen waren, kwam ik hem in de tuin van Ton van der Vleuten tegen toen ik daar was voor een interview en genoot ik van hem toen hij in zijn blauwe bloesje paling stond te roken op het erf bij ome Wim en tante Sijke.
Biesbosch
Onnavolgbaar was de vraag die hij stelde aan grote broer William toen hij die na vele jaren weer eens een keer tegenkwam. “En wè doe de zoal in oew vraie taid: ’n bietje poldere?” Want dat was het leven zoals ome Ad het kende: altijd buiten, op pad in de polder en in de uiterwaarden waar hij altijd wel ergens wat fuiken had gezet. De foto op zijn rouwkaart is treffend en prachtig in zijn eenvoud: een breed lachende ome Ad met een bussel wilgentakken op zijn schouder op de plek waar hij het liefste was: de Biesbosch. Bij elke gelegenheid zette hij met zijn mondharmonica Het Biesboschlied in: goud!
'Stil glijdt zijn scheepje tussen de grienden en het riet. Als iedereen slapen gaat, slaapt hij de visser nog niet. Hij werpt zijn netten, hij neuriet een vrolijke wijs, hij voelt zich als een koning hier, hier is ’t een paradijs. In de maneschijn, dansen golfjes klein op de stromen gaan en komen. ’t windje ruist zo zacht, tovert sprookjespracht in het Biesboschland bij nacht.' (Het Biesboschlied - Jantje Koopmans)
Spannende verhalen over de polders en het water, net zoals Frank en Mirella het zongen in De verzonken stad.
Toen ik de verhalen over het leven van ome Ad afgelopen donderdag tijdens de dienst hoorde, nestelde zich meteen een nummer in mijn hoofd om vervolgens de soundtrack te worden van mijn fietstochtje terug naar Waspik. De verzonken stad van Frank en Mirella, een nummer dat al sinds 1981 ergens in mijn bovenkamer rondwaart en mij een enorm gevoel van weemoed geeft, iedere keer weer als ik het prachtig tweestemmig gezongen lied hoor. Een groot verhalenverteller en vooral een prachtige mens is heengegaan en daarmee brokkelt er ook een klein stukje van mijn jeugd af, van de tijd dat we met aandacht voor elkaar en voor de natuur met elkaar omgingen. Op zulke momenten mis ik dat…
'Vissers vertellen verhalen van toen, honderden jaren gelee. Woeste orkanen verzwolgen hun stad, trokken haar mee onder zee. Vissers die zitten tot laat op het strand, knopen hun netten met zekere hand. Toch denken zij aan de tijd van weleer, toen deze stad nog bestond. Schepen en schippers zij keerden steeds weer totdat de zee hen verslond.' (De verzonken stad - Frank en Mirella)
Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik
