Door Bert Meijs

Een onverwachte hereniging in Waalwijk

Na een tijdje staat Paul weer voor zijn ouderlijk huis in Waalwijk en hij belt aan. De dienstmeid doet open en hij vraagt aan haar: “Bevindt mijn beminde zich nog hier?" Catharine hoort zijn stem en vliegt de deur uit en valt Paul pardoes in de armen. Paul zegt tegen haar dat ze met hem mee moet gaan. Hij laat zijn koffer brengen en zij gaan dezelfde avond naar Labbegat (destijds een buurtschap met enkele huizen, gelegen bij het huidige Sprang-Capelle).

Twee dagen later komen ze in zijn garnizoen aan. Hij gaat daar naar zijn kolonel om hem voor het toegestane verlof te bedanken en tevens om toestemming te vragen om een kamer in de stad te mogen betrekken. De kolonel staat dat Paul toe en aan Catharine wordt oogluikend toegestaan om in hetzelfde huis eveneens een kamer te betrekken.

Labbegatse Vaart op de kaart, 1796 (BHIC, detail)

Labbegatse Vaart op de kaart, 1796 (BHIC, detail)

Een moeilijke beslissing over Catharine

Catharina is zwanger en de bevalling is inmiddels aanstaande. Paul schrijft aan zijn opa en na een gunstig antwoord op zijn brief gaat hij naar Heusden. Zijn opa vergaf Paul om al wat er zoal was voorgevallen, op voorwaarde dat Catharina door Vermeulen, een Franse kostschoolhouder te Bergen op Zoom, naar Antwerpen gebracht zou worden. Daar kan Catharina bij een vroedvrouw gaan wonen en bevallen. Daarna zal men verder kijken en beslissen over de toekomst van Catharine en het kind. Ondertussen wordt zijn paspoort gekocht en Paul moet weer in Heusden bij zijn opa gaan wonen, om daar eens na te denken over zijn verdere toekomst.

Paul is in twijfel over wat nu te doen. Moet hij afscheid nemen van zijn trouwe en volgzame Catharine. Wat moet hij doen? Dat zou een hard besluit zijn. Maar om te zorgen dat ze niet voor altijd van elkaar gescheiden worden moet hij het voorstel wel aannemen. In zijn huidige toestand is het eigenlijk onmogelijk om samen gelukkig te worden. Daarbij staat de heer Vermeulen als een 'braaf man' bekend. Catharina stemt in met het voorstel en dat is uiteindelijk de doorslag voor Paul om het voorstel aan te nemen.

Afscheid van het leger en zijn geliefde

Hij koopt direct een paspoort voor 300 gulden, en hij wordt op de parade af gepresenteerd. Paul trekt zijn burgerkleren weer aan en gaat afscheid nemen van de kolonel en de officieren. Gezamenlijk gaan ze naar de sociëteit en Paul kan zich niet herinneren ooit eerder zo vriendschappelijk behandeld te zijn als door dit korps. Hij neemt ook nog afscheid van de onderofficieren en zijn kameraden, eveneens van zijn vriend Abraham van Suil, voorheen viceconsul te Tripoli en nu door bijzondere omstandigheden korporaal in het regiment van Generaal-majoor Pabst.

Daarna vertrekt Catharine, samen met de heer Vermeulen, naar Antwerpen. Paul reist tot halverwege Antwerpen mee. Paul en Catharine spreken met elkaar af dat Paul net zo lang in Bergen op Zoom zal blijven tot Catharine per brief laat weten waar ze daarna gaan wonen.

Geruchten over arrestatie veranderen de plannen

Paul verlaat dan ook Bergen op Zoom, vertrekt naar Breda en wil dan zijn reis naar Heusden voortzetten. Maar te Breda aangekomen wordt Paul door enkele kennissen gewaarschuwd om op zijn hoede te zijn want dat de schout is op zoek naar hem om hem te arresteren (niet duidelijk is wat de reden is). Wat hem allemaal in Waalwijk is overkomen is hij nog niet vergeten, en om nieuwe ellende te voorkomen besluit Paul om zijn eerdere gedane beloftes maar voor even te vergeten en hij ziet af van zijn verdere reis naar Heusden. Om niet door de schout opgepakt te worden verlaat Paul via de Haagpoort Breda. Paul is er nooit meer achter gekomen of de schout daadwerkelijk de opdracht had hem te arresteren. Zijn opa verklaart later dat daar nooit sprake van geweest kan zijn en dat het gerucht gebaseerd was op roddels.

Na Breda verlaten te hebben vervolgt hij zijn reis over Westwezel (sic! Vermoedelijk is Wuustwezel bedoeld. Redactie). Na daar overnacht te hebben, gaat hij verder naar Antwerpen. Hij neemt zijn intrek in het logement de Witte Zwaan en hij spoedt zich direct naar het huis waar Catharine verblijft. Met heel veel moeite krijgt hij haar te spreken; zij is nog niet bevallen van hun kind.

Een bijzondere ontmoeting met vier deserteurs

Als Paul bij terugkomst bij zijn logement voor de deur staat, komt daar op diezelfde avond de postkoets uit Breda aan. Er stappen onder anderen vier mannen uit; die angstig om zich heen kijken. Hij begint een gesprek met een van hen en krijgt dan te horen, als de man merkt dat Paul een Hollander is, dat ze met zijn vieren Hollandse deserteurs zijn. Ze zijn bang dat ze gedwongen worden om in dienst te gaan bij de Oostenrijkse troepen van de keizer omdat zij geen paspoort in hun bezit hebben. Ze willen verder trekken naar Parijs om daar in dienst te gaan bij de Garde Zwitsers. Paul vertelt ze dat hij eveneens op het punt staat om naar Parijs te vertrekken om in dienst te treden bij het Regiment Royal-Liegeois. Ze vertrekken daarom met zijn allen.

Via Brussel op weg naar Parijs

Als ze in Brussel aankomen gaat Paul naar de Franse zaakgelastigde en hij laat hem zijn oude Franse paspoort zien. Paul krijgt een nieuw paspoort met daarop vermeld 'met 4 bedienden', want zijn vier metgezellen krijgen geen paspoort. Dan gaan ze op weg naar Parijs. Door gebrek aan geld overnachten ze niet in logementen maar in de buitenlucht. In Parijs melden ze zich bij graaf Malliardo van de garde Zwitsers. Hier worden ze gekeurd en als ze alle vijf goedgekeurd zijn, krijgen ze geld en verlof om nog een dag om Parijs te bezichtigen.