Een uitvoerig verhaal over een op allerlei gebieden kleurrijk en avontuurlijke jongeman geboren in Waalwijk, maar hij woonde ook verschillende jaren in Heusden. Paul Heermans is geboren op 25 december 1768 te Waalwijk, als zoon van Anthon Gerard Heermans, secretaris van Waalwijk en drossaard van Baardwijk, en Josina Leemans. Zijn vader is later op 8 december 1774 hertrouwd met Jacoba Maria Rant.
Door Bert Meijs
De eerste schreden in zijn militaire loopbaan
Heermans heeft al zijn belevenissen uitvoerig opgeschreven. Het verhaal is aangevuld met gegevens uit eigen onderzoek. Omdat zijn vader in 1780 was overleden komt hij op elf jarige leeftijd bij zijn opa van moederszijde terecht, Willem Leemans, die in Heusden woont. Willem Leemans is predikant geweest te Rijswijk en een zoon van Conradus Leemans, chirurgijn uit Heusden en Anna de Bosser. Een andere dochter van Conradus Leemans was getrouwd met Govert de Cock en hun zoon Johannes Conradus de Cock is vooral bekend geworden als patriot. De Cock is op 38 jarige leeftijd te Parijs door de guillotine om het leven gebracht nadat hij veroordeeld was wegens samenzwering.
Omdat zijn opa wil dat Paul eveneens predikant wordt stuurt hij Paul naar 's Hertogenbosch om er de Latijnse school te bezoeken. Latijn studeren ligt Paul kennelijk niet zo goed en waarschijnlijk ziet hij het ambt van predikant ook niet zo zitten. Het nieuwe plan wordt daarna dat Paul zijn vader gaat opvolgen als secretaris van Waalwijk. en dat idee staat hem in eerste instantie wel aan. Maar omdat hij nog te jong is, wordt er vooralsnog een vervanger aangesteld en Paul gaat zich intussen bekwamen in zijn toekomstige baan als secretaris.
Titelblad van het boek. (Bron: Koninklijke Bibliotheek)
Pieter Willem Leeman, predikant in Besoijen, voogd en oom van Paul Heermans, heeft daarvoor in januari 1781 een rekest opgesteld en verstuurd naar de Staten Generaal. Hierin staat dat Louis Theodore Forstier d’Orges, Heer van Waalwijk en gehuwd met Paulina Maria Constantie Le Leu de Wilhem, Vrouwe van Waalwijk, bij akte van 21 september 1780 aan voornoemde Paul Heermans, oud 12 jaren, de toezegging hebben gegeven om het ambt te mogen overnemen van secretaris te Waalwijk omdat zijn vader secretaris Anthony Gerard Heermans onlangs is overleden. Lauwerens Werther, gewezen schepen te Waalwijk en van gereformeerde religie, wordt aangewezen om de secretarie waar te nemen als substituut. Na het overlijden van Werther wordt als substituut aangesteld Hendrik Jacob Beye die zal, dat is de bedoeling, aanblijven tot Paul Heermans 18 jaar is geworden.
Paul is echter niet gemaakt voor het ambt van secretaris en het hele plan is niet gelukt. Opa Willem Leemans wil Paul bij zich hebben zodat hij hem goed in de gaten kan houden want hij heeft gemerkt dat het anderen niet lukte. Maar opa slaagt er ook niet in Paul in het gareel te houden. Want in plaats van naar zijn welgemeende vermaningen te luisteren trekt Paul steeds meer op met zijn jeugdige makkers.
Genootschap van Wapenhandel
Niets helpt en hij begint zijn krijgshaftige loopbaan door dienst te nemen in het Genootschap van Wapenhandel te Heusden, (Burgerschutterij of vrijcorps, opgericht ten tijde van de patriottenbeweging (1784-1787). De officiële reden voor de oprichting van een exercitiegenootschap is om zich te wapenen tegen internationale oorlogsdreiging, maar feitelijk ging het om zich een sterkere positie in de eigen omgeving te verschaffen. Als hij dan van de exercities terug komt, heeft hij weinig zin om zijn studie als toekomstig secretaris op te pakken; hij gaat liever jagen en vissen. Johannes Conradus de Cock is een familielid (oudoom) van hem en die is nauw betrokken bij het exercitiegenootschap. Paul wordt dus in Heusden lid van het Patriottisch Genootschap van wapenhandel, dat tot het jaar 1787 heeft bestaan. Op 21 september van dat jaar, veroveren Pruisische Huzaren en boeren uit het Land van Heusden en Gelderland Heusden voor de Prins van Oranje.
Historiepenning Het 'ontzet' van Heusden, 1787. (Bron: collectie Het Noordbrabants Museum)
Het bestuur van het Genootschap bestond uit: Joannes Conradus de Kock (tweede directeur); A. Rietvelt (eerste directeur); Just. Christ. Schutz (secretaris). Afgevaardigden naar vergaderingen zijn onder andere Bernard Half-Wassenaer, heer van Onsenoort (honorair lid); Frederik Rand (kolonel).
Over zijn tijd als lid van het Heusdens Genootschap vertelt Paul Heermans: "Op een dag hoor ik dat een aantal leden van mijn Genootschap naar Utrecht is gemarcheerd. Ik vraag aan mijn opa of ik ze achterna mag gaan, maar hij weigert dat. Paul doet net alsof het hem niks doet, maar 's avonds verlaat hij stiekem het huis van zijn opa. Omdat hij geen geld heeft, verpant hij bij een vriend zijn diamanten ring voor 40 gulden en hij vertrekt in een koetsje naar Gorinchem. De volgende dag ‘s morgens gaat hij daar naar een koffiehuis en al snel ziet hij er enkele bekende leerlingen van de Latijnse school uit Den Bosch, zij zijn lid van het Genootschap van Gorinchem. Als Paul hun zijn plan vertelt maken zij hem direct tot hun kommandant. Hij denkt direct dat hij generaal is, maar als ze in Utrecht arriveren vervalt zijn kommandantschap. Ze zijn bijna allemaal nog heel jong, los en vrolijk van harte. Dit bevalt Paul wel. Hij leeft even in een roes, tot ze ruw weer met beide benen op de grond terecht komen omdat ze het bevel krijgen om naar Heusden terug te marcheren.
De Rijngraaf von Salm bevindt zich in die tijd met zijn legioen binnen de vesting Heusden. Paul wil luitenant in dat legioen worden, het kortstondige commando was hem heel goed bevallen. Zijn opa zorgt ervoor dat hij voor Paul een luitenantsplaats kan kopen voor 2.000 gulden. De Rijngraaf heeft Paul zijn voornemen echter afgeraden, maar Paul luistert niet en hij wordt luitenant bij de scherpschutters en blijft tevens nog kandidaat secretaris van Waalwijk.
