'Een roman, die we warm kunnen aanbevelen aan iedereen die zo maar eens een boek voor zijn plezier wil lezen.' Wat zal Jos van der Rijken blij zijn geweest met deze recensie van zijn boek 'Dingeman Hoeks'. Het artikel in de Echo van het Zuiden van december 1950 is lovend over de West-Brabantse streekroman. De levendige verteltrant van Jos wordt uitbundig geprezen. Eindelijk erkenning voor de man die zich altijd al schrijver voelde maar tot zijn vijfenveertigste moest wachten op de publicatie van een boek.
Adrianus Marinus van der Rijken kwam uit een echte Waspikse familie en heeft een groot deel van zijn leven in het dorp gewoond. Is zijn roepnaam Jos of Janus? Wim van der Rijken vermeldt in zijn familiekroniek als roepnaam Janus/Jos maar gaat dan verder met Janus. In publicaties van de Heemkundekring wordt over Janus gesproken. In een interview uit 1975 in Dagblad De Stem staat Jos. We houden het daar maar op. Jos begon zijn werkzame leven als reclamechef bij een schoenenfabriek in Waalwijk. In 1932 trouwde hij met Bets van Alem. Het paar ging in de Benedenkerkstraat wonen en begon er een winkel in huishoud- en woningtextiel.
Streekroman
De creativiteit liet zich niet onderdrukken want Jos schreef stukken voor revues, schilderde decors en maakte vele pentekeningen. De oorlog spaarde Jos niet. In 1944 moest het gezin de schuilkelder in tijdens hevige gevechten. Een granaat trof doel en Bets raakte zwaar gewond. Een dokter kon niet tijdig ter plaatse zijn en ze stierf. Jos bleef achter met vijf kinderen. Hij moest de oorlogsellende van zich afschrijven, hetgeen resulteerde in zijn eerste roman, 'aangeklede burgers' over de mobilisatie van enkele jongens uit een Brabants dorpje. Zelfs de steun van zijn goede vriend generaal-majoor Van Nijnatten voor deze roman, kon de uitgever niet overhalen tot publicatie. Dingeman Hoeks was dus het tweede boek maar wel het debuut voor het publiek. Na de eerste euforie over de publicatie van Dingeman Hoeks zal Jos toch weleens diep hebben gezucht. Om met zijn eigen woorden uit het interview in 1975 te spreken: 'Dat gaf toch wel enig gedonder. Er waren mensen in de Waspikse gemeenschap die zich meenden te herkennen.' De charme van een streekroman is de herkenbaarheid van de streek met zijn gebruiken maar misschien was het iets te herkenbaar? Was het gedonder de aanleiding dat in de herdruk van 1977 zeer nadrukkelijk staat dat niemand enige gelijkenis moet zoeken?
Schrijver van de meeste onuitgegeven boeken
In 1953 verhuisde het gezin naar Breda. Jos vond er werk als conciërge aan de kunstacademie St Joost. Het was een inspirerende omgeving voor hem. Jos ging door met tekenen, schilderen maar vooral met schrijven. Er kwam een derde boek, een vierde, een vijfde en in 1975 waren het er al zes. Behalve Dingeman Hoeks lagen ze volgens Jos allemaal in de kluis, want een uitgever bleek niet te vinden. Hij beschouwde zichzelf als de schrijver van de meeste onuitgegeven boeken.
Zijn tweede vrouw Carry Scheffer, met wie hij in 1946 trouwde, had echter nog steeds vertrouwen in Jos. Ze kreeg gelijk! ‘Dingeman Hoeks’ werd herdrukt met de mooie illustraties die Jos zelf had getekend. De twee titels ‘Als gepleisterde graven’ en ‘Zimpe, zampe, zompe in de Peel’ werden uitgegeven. Laatstgenoemd boek, dat over de mobilisatie gaat, heeft een voorwoord van Prins Bernhard.
Jos stierf in 1983 op 77-jarige leeftijd, als schrijver. Zal er ooit nog een pareltje uit zijn kluis komen?
