Het Wit-Gele Kruis werd in 1919 in Waspik opgericht met als doel de behartiging van de volksgezondheid. De notabelen uit het dorp vormden het bestuur en natuurlijk speelde de pastoor een grote rol in deze katholieke organisatie. Al snel werd duidelijk dat de vereniging niet zonder wijkverpleegster kon. De bestuurders hadden daarvoor een kloosterzuster op het oog want dat zou in het belang van de leden zijn. In de praktijk pakte dat niet goed uit omdat iedere keer moeder-overste de zusters weer snel terugriep voor werkzaamheden in het klooster.
Maria Offergelt
Na het nodige getob met die kloosterzusters was de tijd rijp voor een lekenverpleegster. De keuze viel op de Duitse Maria Offergelt. Ze kwam uit de grensstreek en de taal was dan ook geen belemmering. De torenhoge werkeloosheid in Duitsland na de eerste wereldoorlog zal haar keuze voor Nederland beïnvloed hebben. Ze ging met verve aan de slag, legde talloze huisbezoeken per jaar af en werkte daarnaast nog op het consultatiebureau. Ze kreeg in de opeenvolgende jaarverslagen veel dank omdat zij 'met haar onverdroten ijver en toewijding het belang van de vereniging diende'.
Bij haar 12,5 jarig jubileum in 1937 kreeg ze een feestelijke receptie aangeboden, werd ze bedolven onder de bloemen en kreeg ze vele geschenken van de inwoners. Ze was bij een ieder geliefd. Toen een paar jaar later de oorlog uitbrak, had dat aanvankelijk weinig gevolgen voor de werkzaamheden van Maria. Als Duitse in bezet gebied echter, moet het niet makkelijk voor haar zijn geweest, al was de bevolking nog zo dol op haar. In 1942 dreigde ze weg te moeten maar tot ieders opluchting werd aan het Wit-Gele Kruis nog een vergunning verleend om arbeid te laten verrichten door 'een vreemdeling'. Die vergunning kon niet helaas niet verhinderen dat Maria in 1943 haar ontslagbrief moest schrijven. Het was een kort briefje waarin ze als reden opgaf 'verplichte overplaatsing naar elders'. Er schuilt een enorme tragiek achter dat korte briefje. In zijn afscheidswoord aan Maria sprak de voorzitter van de vereniging de berustende woorden: 'En nu staat gij voor het vertrek uit Waspik. Men vraagt u niet of u het graag doet. U moet vertrekken.' Maria kreeg een krantenbak als afscheidscadeau. Een opmerkelijk cadeau voor iemand die in oorlogstijd gedwongen naar 'elders' vertrekt. Het bestuur was in de war.
Vijandelijk vermogen
Maria heeft zich bijna twintig jaar ingezet voor Waspik en is van haar werk niet rijk geworden. Toch kwam ze in het vizier van het Nederlands Beheersinstituut dat na de oorlog jacht maakte op Duits vermogen. Er was een spaarbankboekje van het Postkantoor in Waspik opgedoken, reden voor een diepgaand onderzoek: veel correspondentie met, en zes questionnaires aan allerlei instanties. Uiteindelijk in 1950 wordt haar dossier gesloten, staat Maria officieel gedocumenteerd als 'voormalig eigenaar vijandelijk vermogen' en valt haar vermogen aan de Nederlandse Staat toe. Het vijandelijk vermogen bedroeg ƒ 3,73 inclusief rente!
Het Beheersinstituut heeft behoorlijk wat papier gespendeerd aan de afhandeling van haar dossier maar niets duidt op feitelijk onderzoek naar haar verblijfplaats of naar haar al dan niet in leven zijn. Uit andere bronnen is af te leiden dat Maria in 1944 naar Kohlscheid is vertrokken, waar haar zus woonde. De Heemkundekring in Waspik is in het bezit van het bidprentje van Maria. Ze is in 1963 op 71- jarige leeftijd in Kohlscheid overleden, ongehuwd en kinderloos.
