Afgelopen week verbleef ik in Drenthe, bij het Dwingelderveld, een uitgestrekt natuurgebied met heide, bossen en vennen. Terwijl ik daar liep, realiseerde ik me hoe vaak ik reeën tegenkom in mijn observaties. Niet zo gek, want dit kleine hert is een van de meest geziene zoogdieren in Nederland. Daarom koos ik deze week voor het ree—een dier dat je overal in ons land kunt tegenkomen.

Door Mischa Treffers

Bij het vakantiehuisje waar ik verbleef, verschenen elke ochtend reeën. Soms twee, soms vier. Ze kwamen geruisloos tussen de struiken tevoorschijn en graasden in alle rust. Maar zodra er iets bewoog, verdwenen ze in een paar sprongen de dekking in. Stil blijven hielp soms, maar uiteindelijk hadden ze je altijd in de gaten.

Reeën leven solitair of in kleine familiegroepjes. Alleen in de winter vormen ze soms grotere groepen. Ze zijn schuw en alert, met een uitstekend gehoor en reukvermogen. Bewegen in hun buurt zonder opgemerkt te worden is bijna onmogelijk. Ze eten gras, bladeren, knoppen en twijgen, maar ook kruiden en soms landbouwgewassen.

Opvallend is dat reeën geen galblaas hebben. Dit dwingt hen om de hele dag door kleine beetjes te eten. In juli en augustus breekt de bronsttijd aan: de bok jaagt de geit in een speelse achtervolging over open velden. Toch vindt de daadwerkelijke dracht pas later plaats. De bevruchte eicel nestelt zich pas in december in, waardoor de jongen pas in mei of juni worden geboren.

Wie goed oplet, kan reeën in vrijwel elke provincie tegenkomen. Ze bewegen stil en onopvallend door het landschap. Maar als je ze eenmaal ziet, valt pas op hoe aanwezig ze eigenlijk zijn.