Toen wij net een goede digitale fotocamera hadden gekocht, ik denk zo rond 2005, begon het vastleggen van de herinneringen pas echt. Van de periode daarvoor heb ik overigens ook vele albums met plaatjes ’die vals getuigen van een blijde jeugd ;-)’, maar die schoten we met de gewone rolletjes. Kwalitatief sterk waren ze niet, maar ik ben er wel erg aan gehecht. De beruchte 0A-foto’s liet ik overigens maar achterwege in de zwarte fotomappen…

Vanaf de digitale periode lieten we mooie fotoboeken drukken van onze vakanties in ondermeer Schotland, Ierland, Noorwegen en IJsland. Toen de kinderen kwamen, gingen het pas echt los. Terugkijkend zaten we in de eerste kinderjaren op ruim duizend foto’s per maand. Een uurtje in de speeltuin: zeventig foto’s, ‘daauwelend’ een ijsje eten: dertig foto’s en een dagje Efteling leverde met gemak tweehonderd foto’s op.

Met terugwerkende kracht zijn we die tienduizenden foto’s aan het verwerken in jaarboeken, waarbij de meeste credits naar mijn wederhelft gaan. Een heel werk, maar iedere keer weer een feest als er een boek klaar is. En wat gaat de tijd toch ontiegelijk snel als je die mollige babyhoofdjes vergelijkt met de tienerkoppies van nu…

Als ik foto’s van een aantal jaren geleden terugkijk dan komen daar met grote regelmaat liedjes bij in mijn hoofd. Misschien dat dit ‘erger’ is geworden sinds ik wekelijks een muzikaal verhaal schrijf en mezelf daarmee verplicht bewust met muziek bezig te zijn. Het mooie is dat ik de herinneringen nu bewust maak met die liedjes al meteen in mijn hoofd.

Groningen

Vorige week vertrokken we met het gezin voor een weekje vakantie naar Lauwersoog, het verre noorden van Groningen. Ik ging er nu met meer plezier naartoe dan in de periode dat ik er studeerde. Prachtige stad hoor, niks mis mee, maar ik hoor gewoon in Waspik. Iedere zondagavond ging ik zwaar bepakt op de fiets naar Raamsdonksveer om de urenlange reis naar mijn kamer in Leek te ondergaan. Als ik dan op vrijdagochtend mijn lessen erop had zitten, wist ik niet hoe snel ik weer op de trein moest springen naar huis. Nee, een student ben ik nooit geweest.

We kwamen, niet gepland, toevallig wel langs twee van de adressen waar ik in die tijd een kamer had. Het deed me niet veel, hoewel ik met een glimlach terug moest denken aan de vele uren dat ik de CD’s van Rowwen Hèze en WC Experience op mijn kamertje van twaalf vierkante meter in Leek draaide. De tekst van ‘Blieve loepe’ geprint op A3 de muur. De muziek heeft me er toen echt wel doorheen geholpen.

’D’n iene di rent veur zien leave, d’n andere wandelt hiel rustig vurbeej. Heej zuj d’r alles vur geave en heej zet: ‘ze moge ut hebbe van meej’. Woar ge ok loept en wat ge ok bint: niemand di zeat ow wat good is of slecht, niemand di wet wie verluust of wie wint. Ge komt op ut end beej ow zelf terecht.’ (Blieve loepe - Rowwen Hèze)

Vanuit Lauwersoog bezochten we vorige week op een zonnige dag het eiland Schiermonnikoog. Wij hebben een zwak voor de waddeneilanden en hebben ze allemaal al meerdere keren bezocht. Voor de kinderen is het iedere keer weer een feest: met een boot naar een eiland, de vuurtoren lonkend aan de horizon, de meeuwen die vlak boven je hoofd krijsen… Ik had het met de kinderen nog even over ‘Eilandskind’, een prachtig nummer van Ad Grooten, maar het nummer dat de hele dag in mijn hoofd galmde, kwam van Bloem. Eigenlijk wel een onderschatte band, want naast ‘Even aan mijn moeder vragen’ maakte de Gooise band nog een aantal echter Nederpop-klassiekers. Ik dacht zelf aan het nummer ‘Eiland’: te netjes, maar in perfect ABN gezongen door Joost Timp, zoon van Mies Bouwman.

’Ik zou best op een eiland willen zijn waar het barst van de rozen en jasmijn. Met een boot naar zo’n klein vergeten eiland. Je weet hoe die reclamefilmpjes zijn, mooie meiden en drank en zonneschijn en dan vieren ze feestjes op het zandstrand. Zeg het nou, zeg me gauw. Ga je mee met mij naar mijn eiland (naar mijn eiland), ga je mee met mij naar mijn eiland.’ (Eiland - Bloem)

Zeehonden

In mijn hoofd verder bladerend in het toekomstige fotoalbum kwam ik uit bij Pieterburen waar we een bezoekje brachten aan de Zeehondencrèche. De kinderen stonden eersterangs toen een huiler van twee weken oud met een sonde gevoerd werd. Natuurlijk imiteerden ze ook een zeehond die na al die verzorging weer terug de zee in mocht vanuit de houten kist. Een mooi tafereel dat in reclamespotjes voor Pieterburen regelmatig werd ‘gedecoreerd’ met muziek van Queen (volgens mij ‘It’s a beautiful day’ en ‘Love of my life’). Bij het zien van die kleine zeehondensnuit, kwam bij mij echter ‘Morning was broken’ van Cat Stevens in mijn hoofd. Niet gek, want dat nummer gebruikte WWF bij een reclamespot met veel jonge dieren. Ik ga zelf voor de ‘Limburgse versie’ van Jack Poels.

’Alles vergeate en alles verleeze. Altied verlange en altied verliefd. Altied verdwale en meejzelf dan wir vinge: ’t zal noeit verandere, zoe bin ik altied gewest.’ (Licht op de lakes - Rowwen Hèze)

Een week heerlijke vakantie in het hoge Noorden vloog voorbij. Het gaat me steeds beter af om echt bewust te kunnen genieten in het moment en het te nemen zoals het loopt. Met de regen tegen de voorruit en aansluitend in de files zakten we vrijdag af naar het zuiden en kwamen we weer in de ‘echte wereld’. Met, zoals altijd, de intentie om het vakantiegevoel ook thuis nog even vast te houden. Nagenietend met de mooie zomerse plaatjes op de telefoon denk ik aan een liedje dat op de radio was toen we op Koningsdag Dokkum binnen reden: ‘Wonderful life’ van Black. De band heeft het ironisch bedoeld, maar de tekst past precies bij de heerlijke week vakantie die we samen mochten beleven.

’Here I go out to sea again, the sunshine fills my hair and dreams hang in the air. Gulls in the sky and in my blue eye, you know it feels unfair: there’s magic everywhere. Look at me standing here on my own again, up straight in the sunshine. No need to run and hide, it’s a wonderful, wonderful life. No need to laugh and cry, it’s a wonderful, wonderful life.’ (Wonderful life - Black)

Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik