Hij is 67 en kán met pensioen. Maar kroegbaas Mart Brok heeft er na veertig jaar nog steeds geen genoeg van. ‘Zolang het kan, ga ik gewoon door. Ik vind het namelijk nog steeds leuk’.

Door Hetty Dekkers

Café Mart Brok in de Grotestraat, tegenover het beukenlaantje naar het wandelpark, vierde onlangs het 40-jarig bestaan. Eigenaar Mart Brok groeide op in het café van zijn vader Jo, in de Besoyensestraat vlakbij het halvezolenlijntje. “Toen mijn vader stopte met dat café, dacht ik: nooit meer. Met een café moest je altijd werken als een ander vrij had, had ik ervaren. Daar had ik geen zin in.” En dus ging de jonge Mart aan de slag als postbode. “Heb ik niet lang volgehouden. Het was midden in de winter, fokking koud, sneeuw, regen. Daarna werd ik vrachtwagenchauffeur. Elke dag om zes uur op, dat was het ook niet voor mij.”

Overname

Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, keek hij stiekem toch uit naar een pand waar hij zelf een café kon beginnen. “Als postbode gluurde ik al door de ramen van mogelijk geschikte panden. Daar kan een biljart staan, daar de bar, fantaseerde ik dan.” Op een gegeven moment werden er in Waalwijk meerdere cafés te koop aangeboden. Mart ging serieus praten bij Ria en Tiny van Wanrooy, die hun café ’t Tunneke ter overname aanboden. Mart en zijn vrouw Petra zagen het wel zitten en de zaak was snel beklonken. “Op een vrijdag gingen we open, 1 augustus 1986. Het was middenin de vakantieperiode en we hadden er geen ruchtbaarheid aan gegeven. Dus het was helemaal niet druk”, weet hij nog.

Klanten trekken

Later kwamen de klanten gelukkig wel. In de beginjaren trok het café vooral jeugd, met name de vrijdag- en zaterdagavonden was het druk. “Op zondag was het meer familiedag”, zegt de kroegbaas. “Broers, zussen, met hun partners, ouders en kinderen. Dat was toen heel normaal.” Toen er grotere uitgaansgelegenheden in Waalwijk kwamen voor de jeugd, zoals een discotheek, liep het bij café Mart Brok een beetje leeg. “Ik was die jeugd kwijt inderdaad. Kun je niemand kwalijk nemen natuurlijk. Toen ben ik meer dingen gaan organiseren. Zoals bandoptredens, een grote Queen-dag, pubquiz, karaokeavonden. Carnavalsvereniging De Bollikkers heeft enkele jaren een groot zomerfestival, met braderie en muziek, georganiseerd, voor ons café en op het parkeerterrein hier tegenover. Dat waren drukbezochte evenementen. Kijk, je moet wat doen om als kroeg nog klanten te trekken”, filosofeert Mart. “Veel kroegen in Besoyen zijn inmiddels verdwenen, ik ben zowat de laatste die nog over is. Dat komt mede omdat we zo vaak iets organiseren. Vroeger ging iedereen vanzelf naar de kroeg, want het café was de hoeksteen van de samenleving. Die tijd is voorbij. Je moet de mensen trekken, anders komen ze niet.”

Corona

De coronatijd was voor café Mart Brok een ramp. “We moesten dicht, dat was verschrikkelijk. We zijn toen begonnen met maaltijden rondbrengen, dat was een succes.” Wat veel mensen niet weten, is dat Mart ook graag in de keuken staat. In zijn café kun je biefstuk krijgen, saté, friet en andere snacks. “Als ik de keuken in moet, zijn er altijd wel stamgasten die omhoog komen en even achter de bar gaan staan”, lacht hij. “Veel van mijn klanten zijn hier kind aan huis, die helpen spontaan mee als het nodig is.”

Plezier en veel gelachen

Zoals gezegd denkt Mart Brok nog niet aan stoppen. Maar dat het af en toe zwaar is, kan hij niet ontkennen. “Mijn vrouw Petra is al lang ziek. Wij wonen boven het café, maar toch valt het soms niet mee: heel de dag mantelzorgen en dan ’s avonds ook nog tot laat achter de bar. Maar ik vind het werk nog steeds leuk. We hebben ontzettend veel plezier gehad de afgelopen veertig jaar en enorm gelachen, samen met onze klanten. Zorgen dat mensen het naar de zin hebben, dat is het mooiste wat er is.” Dus Mart Brok tapt nog even door, gewoon zolang het kan.