Liefhebbers van professionele airbrush-kunst zijn komende vrijdag welkom bij het Parkpaviljoen. Van 14.00 tot 16.00 uur is dan de opening van de expositie van Jean-Pierre Nijs. De Waalwijkse airbrusher luistert de middag zelf op met een kort muzikaal optreden.
Door Hetty Dekkers
Hij is zeventig jaar en kan dus eigenlijk met pensioen. Maar Jean-Pierre Nijs houdt niet van stilzitten en blijft gewoon doorgaan in zijn atelier op het Waalwijkse industrieterrein. Wie daar goed rondkijkt, wordt al snel hoorndol. Zijn kleindochter ballettend op een olifant, een marmeren Maria met de gestorven Jezus in haar armen, een grote koeienkop. Als je denkt: dat is toch een foto, dan blijkt het een airbrush-schilderij (Maria), en net als je denkt dat is dan zeker ook geschilderd, blijkt het toch een met AI in elkaar geknutselde foto (balletmeisje op de olifant). De airbrush-werken van JP, zoals intimi hem noemen, zijn vaak meesterlijk en niet van echt te onderscheiden.
Meteen verkocht
De schilder haalt er nonchalant zijn schouders over op. Hij is het gewend dat mensen in verwarring raken over zijn werk. Begin jaren negentig was hij nog gewoon laborant en zat hij bij een motorclubje. “Voor de lol volgden we toen een workshop airbrushen, één dag maar. Ik was meteen verkocht”, vertelt hij over het begin van zijn creatieve carrière. “De docent liet ons eenvoudige wolkjes schilderen, maar ik wees meteen op een boek met portretten dat daar lag. Dat wou ik ook in de vingers krijgen.” Volgens eigen zeggen barstte hij niet meteen van het talent. “Gewoon hard werken. Ik ging keihard oefenen, elk vrij uurtje van mijn werk zat ik te schilderen. En ik liet per post instructievideo’s uit Amerika overkomen, daar was airbrushen toen helemaal in. YouTube bestond immers nog niet.”
In de vingers
Zijn hobby groeide zo geleidelijk uit tot zijn werk. En het talent, dat in het begin misschien nog een beetje verstopt zat, ontsnapte vanzelf. In 1999 won hij een belangrijke Brabantse kunstprijs en sinds 2011 zit hij in een eigen atelier op het industrieterrein. Daar airbrusht hij, geeft drukbezochte cursussen en heeft hij zijn professionele tattoo-shop. “Toen het crisis was, 2008, moest ik er iets bij gaan verzinnen. Tatoeëren leek me wel leuk. Eerst wat kladjes op mezelf (hij toont zijn bovenbeen met een vreemde streepjes-tattoo) toen op familieleden. Toen die op waren, haalde ik nog een paar van mijn slachtoffers uit de kroeg”, lacht hij. “Mensen die zeiden doe maar wat, het is altijd goed joh.” Inmiddels heeft hij ook die tatoeëer-discipline op meer dan gemiddeld niveau in de vingers.
Doorleefde koppen
Als airbrusher maakt hij wel eens muurschilderingen bij mensen thuis, versiert hij motorkappen en vrachtwagens of schildert gewoon op doek. “Airbrush is een techniek waarbij je de verf onder hoge druk vernevelt. Dat geeft een speciaal effect. Je kunt de lijnen en kleuren veel vloeiender in elkaar over laten lopen dan bij andere schildertechnieken.” Portretten hebben nog altijd zijn voorkeur. “Het liefst doorleefde koppen, zoals die van Keith Richards van de Stones.”
Expositie
Op de expositie in het Parkpaviljoen zijn dan ook veel portretten te zien. Maar ook wat abstracter fantasy-werk. Bij de opening, vrijdag 2 oktober van 14.00-16.00 uur, kan iedereen een kijkje komen nemen, uiteraard is JP dan aanwezig om toelichting te geven op zijn werk. Samen met Vincent Koning verzorgt hij bovendien een muzikaal intermezzo. De expositie blijft daarna hangen tot eind december en is te bezoeken tijdens de reguliere openingstijden van het Parkpaviljoen.
