’Hemelvaartsochtend, heldere zon. Kom, we gaan naar beneden. Het feest is geëindigd zoals het begon, lach nog eenmaal voor mij, wees tevreden.’ Elk jaar met Hemelvaart sta ik op met deze tekst van Thé Lau in mijn hoofd. Met een paar regels een heel decor neerzetten en dat op Hemelvaartsdag: knap. Maar er zijn meer van dat soort teksten.
’It was the third of September. That day I’ll always remember, yes I will. ’Cause that was the day that my daddy died.’ Werkelijk iedereen kan deze regels uit ‘Papa was a rolling stone’ van The Temptations meezingen. Nog zo’n evergreen: ’Drie uur ’s nachts, zeven januari: het panterbloesje en de spijkerbroek. De armen bloot, de korte zwarte haren en ik stond daar ergens op een hoek.’ In perfect ABN gezongen door Erik Mesie, voorman van Toontje Lager. En man: wat moet die jongedame het koud hebben gehad met haar blote armen begin januari ;-)
Er zijn honderden voorbeelden van liedjes uit de geschiedenis van de popmuziek waarin dagen, maanden of jaren de rode draad vormen. In onze Waspikse Muziekquiz hebben we er al regelmatig een themaronde aan gewaagd. Vaak zijn het niemendalletjes, gewoon leuke liedjes. Maar soms bepaalt zo’n tijdstip wel degelijk de sfeer van een nummer. Zo hoop ik met Billie Joe Armstrong van Green Day dat september snel voorbij is, denkend aan de context waarin hij het nummer ‘Wake me up when September ends’ schreef. Zo hoop ik op een dik pak sneeuw als ik naar ‘Buiten is het koud’ van Herberg de Troost luister. En zo hoop ik op een knetterhete zomer waarin de mussen van het dak vallen als ik het begin van de live-versie van ‘Mad love is coming’ van Golden Earring hoor.
Terug naar Thé Lau. Al meerdere keren wijdde ik in de krant uit over mijn voorliefde voor de zanger van The Scene, wiens zang zich het beste laat omschrijven als rauw, hees en teder. Het nummer ‘Feest’ verscheen begin jaren negentig op het sterke album ‘Avenue de la Scene’. Het was in de tijd dat wij de Amsterdamse band vaak bezochten tijdens concerten waarbij we zonder uitzondering met grote grijns en bezweet lichaam de zaal verlieten. Met nummers als ‘Alcohol en tranen’, ‘Vrienden’, ‘De schaduw van het kruid’ en ‘Dromenlied’ is deze plaat verplichte kost in elke platenkast, mijns inziens.
En het nummer ‘Feest’ dus. Ik werd meteen de eerste keer dat ik het nummer hoorde gegrepen door het breekbare decor waarin Thé het zingt. Want muzikaal in het nummer juist helemaal geen feest. Sterker nog: het nummer zou niet misstaan op een goede uitvaart.
’Dit is het eind, het eind van het feest. Kom we gaan naar beneden. De bloemen zijn dood, de flessen zijn leeg: het was mooi, maar nu is het verleden. Jij was zo mooi, jij was prachtig maar jij, jij hebt je strijd nu gestreden.’
Het nummer kwam langs als openingsnummer op de bruiloft van een studiegenoot van me. Gedurfde, maar supergoed keuze van het kersverse bruidspaar. Bijzonder hoe een nummer in zo’n setting helemaal op z’n plaats kan vallen. Verder hoor je de plaat eigenlijk nooit, behalve dan in de late uurtjes bij vriend Sjef op een feest. Tja, je kunt van De Kleffe Ridders zeggen wat je wilt, maar fijnproevers zijn het wel.
’De menigte weg, de herrie verstomd. Wat het waard was, zal moeten blijken. Kom met me mee, stap uit de zon: de wereld hoeft nu niet te kijken. Jij was zo mooi, jij was prachtig maar jij, jij hebt je strijd nu gestreden. Jij was zo mooi, jij was prachtig maar jij, jij hebt je strijd nu gestreden.’
Direct gekoppeld aan deze superplaat en uit ongeveer dezelfde periode is ‘Geen gewone jongen’ van Tröckener Kecks. In de media werden The Scene en de Kecks vaak aan elkaar gelinkt en ook bij ons liepen de twee bands als rode draad door onze muzikale ontwikkeling, en dan met name op live-gebied.
’Ik ken deze stad al zolang als ik leef, maar vandaag is het net alsof ik alles hier voor het eerst bekijk, op zondagochtend 14 mei. Ik denk aan de zorgen die ik mij heb gemaakt. Weet niet meer waarom: ze lijken niet echt de moeite waard, op zondagochtend 14 mei. En ik hoop dat wat ik nu voel nooit voorbij zal gaan, want al ben ik hier alleen, ik kan de wereld aan: op zondagochtend 14 mei.’
Ook deze plaat galmt ieder jaar op 14 mei door mijn hoofd, al gebeurt het natuurlijk niet vaak dat het dan ook echt zondag is. Maar toch, die zin: ’En ik hoop dat wat ik nu voel nooit voorbij zal gaan, want al ben ik hier alleen, ik kan de wereld aan: op zondagochtend 14 mei.’ Op een of andere manier voelt dan dan ook echt zo: ik kan de wereld aan!
’Morgen is het vroeg dag en dan loop ik hier weer en waarschijnlijk ziet alles er dan heel anders uit, niet meer als nu. Maar eens komt de dag dat iedereen me ziet staan en zegt: Hé, ik dacht dat hij niets bijzonders was en ik lach: op zondagochtend 14 mei.’
Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik
