Een biografie schrijven over iemand die nog volop in zijn muzikale carrière zit, is je begeven op glad ijs. Mijns inziens… Toch stemde mijn grootste (nog in leven zijnde) muzikale held Jack Poels in met het verzoek dat auteur Ralf Mohren aan hem deed, hoewel beide heren niet over een biografie spreken. Ach, geef het beestje een naam: als de meester aan het woord is dan is elk woord waar en stopt de wereld om mij heen even met draaien. Vanavond ga ik naar de boekpresentatie van ‘De zachte zanger’ in Utrecht.

Jack en ik gaan allang terug. Iets genuanceerder geformuleerd: mijn interesse in het werk van Poels werd al vele jaren geleden aangewakkerd. Muzikale vriend Ronny, hoe kan het ook anders, stel ik verantwoordelijk voor die goede daad. Hij was het immers die uit het niets met de CD ‘Boem’ van Rowwen Hèze aan kwam zetten ergens begin jaren negentig. “Lijkt een beetje op Captain Gumbo”, vertrouwde hij me toe. “Beetje cajun- en texmex-achtig. Mooi man!”

Zijn woorden waren nog niet koud of de Limburgse band scoorde een grote hit met ‘Bestel mar’. Vooruitziende blik? Hoe dan ook: ik was fan. Toen ging ik vooral goed op de feestnummers. We liepen concerten in de wijde omgeving af en zorgden dat we overal vooraan stonden. Bezweet en met schorre kelen zongen we alles mee. De rustige nummers waren leuk, maar we gingen toen echt voor het feest. Maar ja: we waren ook een jaar of 30 jonger. Feesten in tenten en discotheken: het kon niet op. Hoewel: het biergooien en shirts kapot scheuren heb ik nooit begrepen.

'Sinds 'n paar daag kan ik d'r neet mier neave. Alles wat d'r is wil ik met ow beleave, Vanaf 't moment dat ik ow zaag wil ik 't allemoal hebbe, en 't lifst vandaag. Ik wil alles met ow deile, mar ik wiet ni hoe. Woar mot ik met al mien energie nar toe? Ik wil alles vur ow doon, ik wil ow alles vertelle, mar d'r is zoveul mier, ik mot neet versnelle.' (Langzaam)

Ik werd meteen lid van de fanclub en bezocht wat fanclubdagen. Het was het begin van de jaren negentig en in mijn beleving waren we bijna ieder weekend op pad naar een concert, vooral van The Scene, de Kecks en Rowwen Hèze. Volgens mij zag ik Rowwen Hèze voor het eerst in een manage in Schijndel in april 1992 tijdens de voorloper van Paaspop. Jack Poels was toen ook nog een jaar of 30 jonger en was eigenlijk meer rocker dan leadzanger van een feestband. Godzijdank is zijn schreeuwerige gerafelde stem snel vervangen door de stem van een ‘zachte zanger’.

Kaft van het boek ‘De zachte zanger’ van Ralf Mohren over het leven van Jack Poels.

Kaft van het boek ‘De zachte zanger’ van Ralf Mohren over het leven van Jack Poels.

Monumentjes

Want al snel merkte ik dat ik veel meer haalde uit de rustigere nummers van Rowwen Hèze. De eerste theatertour was dan ook een verademing: in gewone kleren, zittend op luxe stoelen van velours met de ogen dicht genieten van parels als ‘Goud’, ‘De Zwarte Plak’ en ‘Twieje wurd’. Jack en zijn kompanen bleken gelukkig harde werkers te zijn wat resulteerde in een platenkast vol met prachtige CD’s en LP’s. Eigenlijk allemaal kleine monumentjes met eeuwigheidswaarde.

' 'T durp is stil, 't liekt verloate, 't rimpelt in 't oavendlicht. Hugstes 'n paar minse proate, deure dreie langzaam dicht. 'T durp is muuj, 't is verslaage, 't durp dat verloor vandaag. Verloor mier dan 't kos verdrage, 't waas teveul wat ’t zaag. Vur iederien din os is veurgegoan, vur iederien din alles het gegeave: enne gojje mins blieft altied leave.' (Twieje wurd)

Al vele jaren geleden zwoer ik mijn eeuwige trouw aan Rowwen Hèze en dan met name aan de teksten van Jack Poels. Zijn teksten zijn zeer persoonlijk, maar zo geschreven dat ze ook de soundtrack van mijn leven geworden zijn. En dat zie ik iedere keer als ik ontroerd raak van een liedje van zijn hand weer als een prachtige geschenk. Het gevoel wat je kunt hebben als een liedje binnenkomt tot in je diepste poriën: ik gun het iedereen.

Toen ik afgelopen zaterdag na afloop van onze Muziekquiz een collega muziekliefhebber op leeftijd sprak over mijn wekelijkse muzikale verhalen en mijn bewondering voor het werk van Jack Poels, vroeg hij zich af of ik Jack dan ook graag persoonlijk zou willen kennen. Nee, die behoefte voel ik totaal niet. Net als in het theater geniet ik liever op enige afstand met de ogen dicht van al die pareltjes. En laten we eerlijk zijn: hoe bijzonder is het als iemand die je nooit hebt ontmoet zijn verhalen toch zodanig op kan tekenen dat ze over jou gaan? Samen met mijn wekelijkse muzikale verhalen en de fotoalbums met mooie plaatjes kunnen ze later als ik er niet mee ben in een doos voor het nageslacht. Strik erom en niets meer aan doen. 'Ut leave is moei, moei, moei. Moei, moei, zo moei.'

Ik ben benieuwd wat Jack vanavond in Utrecht te vertellen heeft. Weinig nieuws onder de zon waarschijnlijk, maar altijd een verademing om die man te horen spreken. Een ding weet ik zeker: ik ga zijn platen weer eens wat vaker uit de platenkast halen: ideale kost om de donkere dagen voor Kerst door te komen. O ja, en ik zal mijn schoonmoeder eens lief aankijken en vragen of ze misschien een keer tijd en zin heeft om Jack op doek vast te leggen, net zoals ze op fantastische wijze met Henny Vrienten heeft gedaan.

'Geej en ik, dor dun en dik, weej goan op oerlogspaad. Twieje krijgers, zwoar bewapend, stoan vandaag paraat.'

Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik