Al een jaar of vier zet ik in het begin van het jaar een muziekgenre in de schijnwerpers waar je de rest van het jaar weinig van hoort: het carnavalslied. Een paar jaar geleden schreef ik gekscherend dat ik in plaats van een drieluik over carnavalskrakers wel 33 ‘luiken’ zou kunnen vullen. Ingehaald door de realiteit kan ik stellen: ik ben aardig op weg…

Hoewel vooral de flauwekul de boventoon voert bij carnavalsmuziek, is het toch een officieel erkend genre. Sterker nog: er is onderzoek gedaan naar deze ‘gelegenheidscomposities’ en wat blijkt: er zit wel degelijk lijn in deze rommelige muzieksoort. Zo heb je een maatsoort van 6-8ste (traditional) voor hossen, 3-4de (wals) voor meedeinen en een halve maat voor dweilen. Daarbij komt dat er de laatste jaren natuurlijk feestmuziek op een vette beat gemaakt wordt, waardoor ook de jeugd aangesproken wordt. Ondanks het relatief korte bestaan (de eerste nummers stammen uit de jaren vijftig) lijkt het carnavalslied daarmee een blijvertje te zijn.

Er mag met recht gesteld worden dat carnavalsmuziek vooral in de jaren zeventig en tachtig hoogtijdagen vierde. Ik kan me goed herinneren dat ik als klein manneke altijd uitkeek naar het nummer dat André van Duin uit ging brengen, toch wel de koning van het carnavalslied. Hoewel ik zelf geen fervent carnavalsvierder was in die tijd, zijn al die hitjes toch ergens in de bovenkamer blijven hangen. Die ongrijpbare verzameling heb ik in de loop der tijd weten te vertalen naar een fysieke collectie van carnavalsmuziek op vinyl, inmiddels honderden singles en een doos vol ‘Daverende 13’ elpees.

Missie

En dan is het heerlijk om daar spreekwoordelijk een duik in te nemen en continu ‘o ja’ momentjes te beleven. Want man, man, man: wat zijn er veel prachtige carnavalsnummers uitgebracht in al die jaren. Dus waag ik me de komende weken wederom aan een drieluik van parels, vaak bekend, maar soms ook maagdelijk onontgonnen. Gewoon, omdat ik het zelf leuk vind, maar ook met een missie: carnavalsmuziek is het licht wat broodnodig moet schijnen in deze duistere tijden. Weg met het zuur en op naar de glimlach op een ieders gezicht: het beste medicijn tegen die krankzinnige wereldleiders met hun dwaze plannen.

Het Oeteldonk-jasje van de middelste dochter hangt al weken lang te pronken in de woonkamer…

Het Oeteldonk-jasje van de middelste dochter hangt al weken lang te pronken in de woonkamer…

Dit eerste deel van het drieluik begint met grensoverschrijdend gedrag uit Den Bosch. Want waar ik zelf welvaar bij de echte klassieke carnavalskrakers, knalt op dit moment een Oeteldonk’s carnavalslied uit de boxen bij ons in huis, aangemoedigd door de middelste dochter. ‘Oeteldonk met jou’ van Kermit dun Kwakert: dat is dus hoe de carnavalskraker in deze tijd klinkt. Niet mijn smaak, maar toegegeven: prima sfeermaker! En, belangrijker nog: dit is dus wel wat de jeugd aanspreekt en dat is essentieel voor het behoud van carnaval.

'Gij bent de wereld voor mij als ik naor oe kijk, ge makt me altijd blij en ge wit da ik van oe hou, heel mijn leven lang Oeteldonk met jou. Elke merrege 7 uur stap ik mun nest weer uit. Zet mun koffie smeer mun brood en krab munnen autoruit. Nee ik wil ut echt nie meer naor mun werruk keer op keer: ben zo klaor met da gemauw. Ik heb diejen dender in munnen kop, muziekskes zing ik non stop, heb zin in die drie daoge met jou. Oeteldonk lat oe eige heure!' (Oeteldonk met jou (Kermit dun Kwakert ft. Kelsey Ikkersheim)

Tja, wat een contrast met bijvoorbeeld de eerste hit van het Bossche duo De Twee Pinten: ‘Bij ons staat op de keukendeur’ uit 1970. In 2021 werd dit nummer bij Omroep Brabant nog verkozen tot populairste kraker aller tijden. Het duo scoorde meerdere hits (bijvoorbeeld ‘Wa’n lekker ding bende gij’ en natuurlijk ‘Jodelodelodelodelohitie’, geschreven door Henny Vrienten) en ook zanger Wim Kersten maakte zich onsterfelijk met een nummer dat werkelijk iedereen kent: ‘Bloemetjesgordijn’ uit 1980.

'Weet je wat ik wel zou willen zijn: een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn. Van het plafond tot op het raamkozijn: een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn. En alle dagen hangen lekker in het zonnelicht met bloemen op m'n hele lijf en ook op m'n gezicht. Weet je wat ik wel zou willen zijn: een bloemetjesgordijn.' (Bloemetjesgordijn - Wim Kersten)

Trots onderdeel van de steeds groeiende collectie: een gesigneerde fotokaart van De Twee Pinten.

Trots onderdeel van de steeds groeiende collectie: een gesigneerde fotokaart van De Twee Pinten.

Oeteldonk

Maar Oeteldonk heeft veel meer moois voortgebracht. Wat te denken van ‘Unne spijker in munne kop’ van De Stipkes uit 1975 ('Ik heb unne spijker in munne kop au au, daor zit unne kikker bovenop nou nou. Maor dè vuul ik nie alleen, want dè heed nou iedereen.') en uit datzelfde jaar ‘Onze ouwe St. Jan’ van Pupke Blauw. Als ik die liedjes hoor, moet ik toch altijd aan opper-Maoneblusser Cor Smits denken: het zijn de liedjes uit zijn jeugd en de liedjes waarmee hij zijn kinderen grootbracht en ze carnaval met de paplepel in goot.

'Onze ouwe Sint Jan, nou die kan d'r wat van. Die heeft op z'n ouwe dag, wie had dat nou ooit gedacht, nog een kindje gekregen. Onze ouwe Sint Jan, nou die kan d'r wat van. En dat kleine manneke heet voortaan Sint Janneke, staat nu in Madurodam.' (Onze ouwe St. Jan - Pupke Blauw)

Nou ja, nog even terug naar het heden. Naast ‘Oeteldonk met jou’ galmt hier regelmatig ‘Ons moeder zeej nog’ van Jan Biggel door de speakers. Niet honderd procent Oeteldonker, maar vanuit Waspik gezien wel uit die hoek. En, wederom niet mijn keuze, maar wel alle ingrediënten van de carnavalskraker van de 21e eeuw: simpele beat en slappe tekst. Overigens geleend van Chris Andrews’ compositie ‘To whom it concerns’ uit 1965.

'Zo heb ik ooit eens in de kerk gestaan met de verkeerde griet en da's niet goed gegaan. Ja veur de dienst ha'k alle een kratjes leeg, want ze was zo lelijk, da'k er schrik van kreeg. En ja ons moeder zeej nog: doe da nou nie, maar ik dee het toch. Ja ik weet het ze zeej het, want wat dacht ik toen: wat is het soms leuk om iets fout te doen.' (Ons moeder zeej nog - Jan Biggel)

Volgende week deel twee met ongetwijfeld een hoger niveau, hoewel dat met carnaval nou precies is waar het nièt om gaat. Veel voorpret gewenst met het scoren van een carnavalspakske, het maken van een carnavalslied of het bouwen van een carnavalswagen. Het wordt mooi…

Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik