‘Rustig, meneer, rustig.’ Rustig? Ik was nog niet eens begonnen. Ik schrok van de reactie van de jongeman achter de toonbank. Kwam ik zo boos over? Of was er iets anders aan de hand.

Met een groep jongeren van Zin op School stonden we te wachten om aan een buitenspel te beginnen. Alleen: de spullen waren er nog niet. We liepen inmiddels al 25 minuten achter op schema. Tien minuten eerder was me verteld dat de collega met de sleutel er ‘over vijf minuten’ zou zijn. Die vijf minuten waren ook alweer voorbij. Natuurlijk, er zijn ergere dingen. Ik was niet kwaad omdat we moesten wachten. Wel omdat niemand verantwoordelijkheid leek te nemen.

‘Sorry, meneer, maar ik kan er ook niets aan doen.’ Dat zinnetje hoor je zo vaak. En eigenlijk betekent het: het is niet mijn probleem. Maar juist dát is het wel. Als jij namens een organisatie tegenover mij staat, ben jij degene die verantwoordelijkheid draagt. Niet voor de fout misschien, maar wel voor de manier waarop ermee wordt omgegaan.

‘Sorry, maar’ is geen sorry. Het valt me steeds vaker op. Een bestelling blijft uit, een afspraak gaat niet door, een belofte wordt niet nagekomen. Dan volgen er vooral verklaringen waarom het allemaal buiten iemands schuld ligt. Alsof verantwoordelijkheid en schuld hetzelfde zijn. Dat zijn ze niet.

Ik bleef rustig en zei tegen de jongeman dat ik hem nergens persoonlijk van beschuldigde. Ik vroeg maar één ding: erken dat er iets is misgegaan en vertel wat je gaat doen om het op te lossen. Toen veranderde er iets. Hij vertelde dat een collega vergeten was de spullen klaar te zetten en inmiddels weg was. Hun fout dus. Ze zou zo snel mogelijk terugkomen. En of we iets wilden drinken terwijl we wachtten. Dat drankje hoefde niet eens. De erkenning was genoeg.

Eigenlijk gaat het zelden om schuld. Daar schiet niemand iets mee op. Het gaat erom dat je laat merken: we zien het, we vinden het vervelend en we doen wat we kunnen. Dan sta je ineens weer naast elkaar in plaats van tegenover elkaar.

Doe ik dat zelf altijd? Vast niet. Ook ik vind het lastig om toe te geven dat iets niet gelukt is. Want dat voelt als falen. Terwijl het echte falen misschien pas begint als je je achter excuses verstopt.

Toen alles geregeld was, gaven de jongeman en ik elkaar een hand. Ik zei: ‘Goed opgelost.’ We kregen nog wat te drinken en hadden alsnog een mooie middag. Zo simpel kan verantwoordelijkheid zijn. En zo prettig ook. Ik kom er vast nog eens terug.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com. De komende zes weken heeft hij zomervakantie.