‘Ik moet mijn trein halen hoor’, zei iemand achter me die het liefst dwars door me heen wilde lopen. De vrouw naast me op de rolstrap keek me aan en deelde duidelijk dezelfde verbazing over de surrealistische gebeurtenis waar we in verzeild waren geraakt.

Ze stond net als ik op het perron te wachten op de trein, toen ineens de helft van de mensen zich omdraaide en zich spoedde naar de trappen. De vrouw en ik keken elkaar aan. ‘Wat weten zij dat wij niet weten?’ Maar meer nog: wat zag het er raar uit, dat de halve menigte bijna geprogrammeerd zich omdraaide om het perron zo snel mogelijk te verlaten. Ja, het waren degenen met een smartphone in hun hand, een koptelefoon op of beiden. Blijkbaar hadden ze een melding gekregen nog voordat de andere helft, waaronder de vrouw en ik, gewoon via de intercom hoorden dat de trein op een ander perron zou vertrekken.

Zo volgde de andere helft al gauw de eerste helft op de roltrap, waar een jonge vrouw gehaast probeerde te passeren. ‘Ik moet mijn trein halen hoor’. ‘Wij ook’ probeerde ik nog. Maar door de demping van het omgevingsgeluid in haar koptelefoon hoorde ze dat waarschijnlijk niet en bleef ze met haar schoenen op de treden van de roltrap tikken tot we boven waren en ze haar sprint inzette. Die sprint was niet nodig geweest. Iedereen haalde de trein, ik ook.

In die trein bleef ik lang nadenken over wat ik nu eigenlijk beleefd had. Een menigte individueel geïnstrueerde reizigers had zich van het een op het andere moment van koers laten wijzigen. En in ieder geval bij de jonge vrouw zonder enig besef dat ze deze koerswijziging deelde met heel veel anderen, die ook gewoon de trein probeerden te halen. Het voelde zo geprogrammeerd dat het er best eng uitzag, hoewel het natuurlijk feitelijk heel onschuldig was. Gewoon een melding van de app of wat dan ook. Maar toch. Als dat toont hoe ongelofelijk individueel we samen aan het reizen zijn, wat deel je dan nog met elkaar? Word je dan van medereizigers niet veel meer concurrenten, die elkaar in de weg staan op de roltrap of op elkaars plek in de trein azen?

Mijn smartphone bleef deze treinreis in ieder geval in mijn broekzak, om me niet weg te laten trekken van deze mensen. De trein was groot genoeg. Niemand zat elkaar in de weg. Maar niemand heeft elkaar gezien. Behalve de vrouw op de trap en ik. We hebben er maar bij gegrinnikt.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.