‘Het klopt niet.’ Dat dacht ik eerst tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar eigenlijk nog meer daarna. Het klopt niet. We zijn er weer met open ogen ingetuind.

In mijn eigen woonplaats heten ze VVD. In andere woonplaatsen hebben ze andere namen aangenomen, waar niet zelden een ‘hart’ voor de ‘belangen’ van eigen inwoners in doorklinkt. Eigen inwoners, die komen bij ons voortaan op de eerste plaats. ‘Minder belastingen, meer bitterballen’ schalt bovendien de banner die achter de landelijke leidsvrouw in de media de zien is. Ze zijn trots op die lokale loot van de landelijke partij. Maar ik werd erdoor gealarmeerd.

Niet omdat ik tegen standpunten ben van die en andere partijen. Dat is niet aan mij, maar aan iedereen om zelf te bepalen. Wat mij raakte is de onwaarheid. De leugen. Een beeld schetsen, een probleem framen op een manier die enorm schuurt met de werkelijkheid. Om stemmen te winnen, want het klinkt zo lekker: ‘Eigen inwoners eerst’. Met een peperdure campagne, waarvan niet duidelijk is wie die betaalde. Want wie betaalt bepaalt.

Ik schrok dat er zo weinig weerwoord op deze campagne was. Het ‘campagnegeweld’ werd nauwelijks weersproken. Alsof we als een hert in de felle koplampen bleven kijken. Dat gold ook voor de gevestigde media, die maar wat graag de jonge Tik-tokkende lijsttrekker naar Hilversum haalden of hem aanhaalden, maar niet verder keken, verder luisterden. Ook bij Eva smulden ze vooral. Het lijkt zo onschuldig hoe een lokaal partijtje verkiezingen wint, maar het is bloedserieus.

Toen ik tijdens de campagne er iets over schreef op de socials viel me op hoe vaak het bericht gedeeld werd en tot in het stadhuis mensen zeiden: ‘Goed dat je het zegt’. Dat opende mij de ogen. Hoezo moet ík het zeggen? Zit het probleem dan wel bij die partijen, of zit het in onszelf? Zijn wij wel weerbaar genoeg om valse voorstellingen van de werkelijkheid en valse beloften te kunnen ontmaskeren? Weten we niet meer dat we in gesprek met elkaar kunnen gaan: ‘Joh, ga jij echt daarop stemmen? Klopt het wel wat ze zeggen?’

Onze democratie is zo zwak als dat soort partijen groot zijn. Want ze werken volgens het ongeschreven handboek voor populisme: Ze doen onrealistische beloften, maar moeten wel samenwerken om aan een meerderheid te komen. En als dan blijkt dat er inderdaad niet veel is waargemaakt, dan ligt dat aan degenen met wie ze samenwerken. Mijn vraag is: Is dat waar? Nee? Zeg het dan. Je hoeft niet in de pen te klimmen of in krant of op de socials je mening te geven. Maar zeg gewoon eens in je eigen dorp of stad tegen mensen die zo spreken: ‘Hou toch op joh. Het is niet waar wat je zegt.’

Wat mij opvalt in gesprekken met mensen over hun stemgedrag is dat vaak ons eigen belang bepaalt wat we stemmen. Natuurlijk mag je voor jezelf opkomen, maar mogen we niet van onszelf verwachten dat we iets verder kijken dan ons eigen belang, naar wat ook goed is voor een ander, en voor de schepping om ons heen? En zou dat gezamenlijk belang niet iedereen ten goede kunnen komen?

Daarover kun je van partijstandpunten verschillen, en dat mag ook. Dat moet zelfs. Maar mijn eigen waarheid en verondersteld belang kloppen niet altijd. En het is goed om dat bij jezelf te onderzoeken en ook een ander daarop aan te spreken.

En als je om wat voor reden ook niet gestemd hebt, omdat ‘ze’ toch maar wat doen bijvoorbeeld, of jouw stem ‘niet uitmaakt’, weet dat jouw stem er ook toe doet. Ook na de verkiezingen. Laten we dit soort bewegingen niet nogmaals over ons heenkomen. Die strijd begint niet pas bij de volgende campagne, maar nu. Voor een democratie met een kloppend hart voor iedereen.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.