‘Kijk, dit is onze boot die we net hebben opgeknapt.’ Op haar scherm toont ze me een blinkende blauwe sloep, klaar om uit te varen. ‘Morgen varen we naar Terschelling. Nu het nog kan…’ Het is een verhaal dat ik vaker hoor op Ameland. Het raakt de eilanders in hun ziel. En het erge is dat het nauwelijks iets met natuurbescherming te maken lijkt te hebben.

‘Wij leven samen met de natuur’, vertelt een oude man me. ‘Wij willen ook onze verantwoordelijkheid kunnen nemen voor die natuur.’ Hij weet drommels goed dat ingrepen van mensen niet altijd goed uitpakten. ‘Als je twintig jaar geleden in de Waddenzee een scholletje opviste, zaten er wratjes op van alle vervuiling. Maar dat is niet meer zo. We hebben ervan geleerd. We kunnen alleen goed voor de natuur zorgen als we ermee kunnen samenleven.’

Veelvuldig hoor ik Amelanders praten over getijden, het beheer van de duinen en de rust die zeehonden nodig hebben. ‘Maar daar zijn er nu gewoon te veel van. Net als ganzen. Elk jaar krijgen we er 100.000 op bezoek. Die vreten het jongste gras weg, juist het voedzaamste gras dat onze boeren nodig hebben. Je mag ze niet afschieten, maar je kunt wel iets aan geboortebeperking doen.’ Geboortebeperking? ‘Uit elk nest een paar eieren weghalen. Maar dat mag niet.’ Er is dus beheer nodig, wil hij maar zeggen.

En precies daar wringt het. Alle waddeneilanden lopen te hoop tegen plannen van Rijkswaterstaat om grote gebieden rondom en tussen de eilanden permanent of tijdelijk af te sluiten. Voor toeristen, gasten noemen we ze op de eilanden, én eilanders. Dan kan die sloep niet meer naar een naastgelegen eiland en kan er niet meer gewoon geleefd worden met de natuur.

Mijn hart voor de natuur stelt vaak vragen bij de invloed van de mens. Is de natuur niet geregeld beter af zonder ons? Daarom vroeg ik door: heeft Rijkswaterstaat hier niet gewoon nobele doelen? Is het niet jammer, maar helaas, omdat niet alles kan? Dan komen de verhalen.

‘Hier’, wijst een rijstalhoudster op de kaart, ‘beheert Staatsbosbeheer de bospaden waar wij mogen rijden.’ Keurig met stro over het duinzand bedekt. ‘Maar bij overleg met de rijstalhouders, Staatsbosbeheer en de gemeente haakt Rijkswaterstaat steeds af. Terwijl zij de strandopgangen moeten beheren. Dat doen wij dus maar als ze weer zijn dichtgewaaid. En de fietspaden doet de gemeente. Rijkswaterstaat heeft de middelen niet.’

Niemand zegt het hardop, want ze willen ook met Rijkswaterstaat samenleven. Maar het heeft er alle schijn van dat afsluiting niet alleen een milieumaatregel is, maar ook een bezuiniging. Afgesloten gebied hoeft immers minder beheerd te worden. En Rijkswaterstaat komt geld tekort. Dat is een wrange conclusie. Je wilt als natuurliefhebber niet horen dat bescherming van natuur mogelijk als argument wordt gebruikt om minder te hoeven beheren.

Overal op de eilanden hangen vlaggen en posters: ‘Vrije vogels, vrije mensen’. De natuur is geen gevangenis, maar een plek om deel van uit te maken. Houd de wadden daarom open, zodat eilanders hun verantwoordelijkheid kunnen blijven nemen.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.