‘Kunnen we ook stoppen met elkaar de hemel in prijzen?’ Het was een van de vele reacties op het tv-programma Beste Zangers. Ik had het programma niet gezien, maar begreep wel wat ermee bedoeld werd. Bij Got Talent was me hetzelfde opgevallen. En als je iets eenmaal opvalt, zie je het vervolgens overal. Alles is geweldig. Fantastisch. Adembenemend. Ontroerend. Nog nooit vertoond.
Ik zag bij Got Talent mensen met vuur spelen. Maar misschien speelden de juryleden nog wel meer met vuur. Er leek niets aan de act te kunnen tippen. ‘Nog nooit gezien!’ ‘Geweldig!’ Eén jurylid waagde te zeggen dat de act misschien nog niet helemaal af was, wat ik ook vond, en was daarmee meteen de dissonant. Natuurlijk sneuvelen er ook acts. Maar die zijn dan weer niet gewoon minder goed. Nee, dan wordt het meteen pijnlijk, sneu en zielig. De plaatsvervangende schaamte is net zo grenzeloos als de uitzinnigheid.
Op sociale media is het niet anders. Politici worden ‘gefileerd’, juryleden ‘weten niet wat hen overkomt’ en heel veel is ‘episch’. Bij een video staat een foto van iemand die kijkt alsof zojuist de wereld is vergaan. Vervolgens bekijk je het filmpje en denk je: was dit het nou? Natuurlijk zijn zulke titels bedoeld om mij te laten klikken. Maar ondertussen nemen we die taal zelf over.
Politici zijn om de haverklap ‘verbijsterd’. Iets is al snel een ‘schande’ of zelfs een ‘schandaal’. En de Amerikaanse president vindt voortdurend dat iets ‘nog nooit eerder in de geschiedenis’ is gebeurd. Dat kan natuurlijk niet. Niet alles kan het grootste, beste, ergste of meest historische ooit zijn. Er moet ergens een ranglijst blijven.
Kinderen leren op school bij sociaal-emotioneel leren precies dat. Boos is iets anders dan woedend en woedend weer iets anders dan razend. Je kunt zenuwachtig, gespannen, angstig of in paniek zijn. Dat verschil is belangrijk. Als ik een beetje zenuwachtig ben en jij behandelt mij alsof ik in paniek ben, krijgen we een vreemd gesprek. En als ik zeg dat ik razend op je ben terwijl ik eigenlijk alleen geïrriteerd ben, reageer jij op iets wat er helemaal niet is.
Met lichamelijke klachten werkt het net zo. Als ieder pijntje ondraaglijk is en iedere verkoudheid betekent dat ‘het echt niet meer gaat’, reageren mensen eerst bezorgd. Maar na verloop van tijd denken ze: het zal wel meevallen. De vorige keer was het ook maar een griepje. Aansteller. Wie altijd alarm slaat, wordt uiteindelijk niet meer gehoord.
En precies dat dreigt ook met positieve woorden. ‘Geweldige vakantie gehad!’ ‘Overweldigd door alle felicitaties!’ Misschien was die vakantie gewoon heel leuk. En misschien was je vooral blij met de felicitaties. Daar is niets mis mee. Niet alles is even leuk, mooi, geweldig, fantastisch. Was het altijd maar zo’n feest.
Nee, was het niet maar altijd zo’n feest. Elke dag feest gaat ook vervelen. Soms sta je met beide voeten weer in de dagelijkse modder en kan dat óók een goede dag zijn. Al is het maar omdat je het gered hebt. En dan is die dag gewoon ‘goed’, of iets minder. Maar goed genoeg. Genoeg om later echt te kunnen genieten, en dat oprecht te kunnen zeggen.
Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.
