‘De energieprijzen zullen volgend jaar stijgen met gemiddeld 90 euro per huishouden.’ Zomaar een bericht op de radio vanochtend in de auto. En eerlijk, daarbij denk ik voor mezelf: ‘Balen, maar begrijpelijk.’ Ik zal er geen boterham minder om eten, kunnen blijven koken. Ik ga er geen dag minder van op vakantie, zal nog steeds nieuwe kleren kopen en rij er geen kilometer minder om. Nee, ik niet. Maar als ik daarvoor een item hoor over vrouwen die geen BH’s kunnen kopen, omdat ze te duur zijn, dan snap je hoe zo’n prijsverhoging van energie erin hakt. En hoe ongelijk de wereld verdeeld is.
De dames van ‘Cups and Cake’ delen na een goed advies twee BH’s uit aan vrouwen die ze niet kunnen betalen. Want geen goede BH kunnen kopen doet wat met je zelfbeeld, vertelden ze. Moet een goede BH dan minimaal tachtig euro kosten? Ja, zoveel kosten ze. Bij goedkoper ben je duurder uit, of draag je letterlijk de last ervan.
Het was voor mij zomaar een voorbeeld waar je ‘aan de andere kant’ niet bij stilstaat. Dat armoede niet alleen gaat over ‘het met minder moeten doen’, maar dat er een ondergrens is, waaronder je aan alle kanten tekort komt. Maar de zorg voor die kant van de samenleving komt steeds meer onder druk te staan door bezuinigingen. Omdat we ons er als samenleving steeds minder verantwoordelijk voor voelen. Of het doorschuiven naar goede doelen als Cups and Cake die het maar op moeten lossen.
Even had ik de illusie dat met het opkomen voor ‘bestaanszekerheid’ in de politiek het armoede vraagstuk breder gedragen zou worden. Want tekort komen hoeft helemaal niet iets te zijn van alleen de lage inkomens. Door ontslag, scheiding, ziekte en zoveel meer kun je zomaar in een armoedeval raken. Je dure huis niet meer kunnen betalen, laat staan het minimale wat je je kind wil geven.
Maar de strijd om bestaanszekerheid werd een strijd om onszelf. Ja, ik heb ook last van de hogere prijzen in de supermarkt! Ja joh? En je bent net terug van drie weken vakantie!? Natuurlijk, het leven wordt duurder, en dat is niet leuk. En het kost veel geld. Maar je zal maar de maand in het rood beginnen en nog dieper rood eindigen. En nee, niet omdat je misschien ook schulden hebt, maar omdat je überhaupt niet genoeg inkomen hebt om rond te komen.
We leven in een land waarop we op dit moment kiezen of dreigen te kiezen voor bezuinigingen in onze sociale voorzieningen. En niet eens zozeer, omdat ze zoveel duurder zijn geworden, maar omdat we het geld voor andere dingen nodig hebben. Of omdat we het geld niet bij anderen vandaan willen halen. Dat laat zien dat bezuinigen een keuze is. Het ‘frame’ dat het allemaal te duur wordt betekent eigenlijk dat je niet meer bereid bent ervoor te betalen. Daar mogen we ons als rijk land toch voor schamen?
Ook hoor ik dat sociale voorzieningen erop gericht moeten zijn mensen weer te laten deelnemen aan de samenleving. Met andere woorden: dat het probleem zich op kan lossen en dus minder kan kosten. Maar een sociaal vangnet is geen trampoline. Soms helpt sociale zorg iemand alleen maar even door de dag of de week heen, en dat is het. En dat mag een doel op zich zijn. Ja, natuurlijk mag je mensen in hun kracht zetten, maar het is hún leven, en het is niet aan jou om dat ‘op te lossen’.
Zet me nu niet in een bepaalde politieke hoek, want mij gaat het om iets veel fundamentelers. De geschiedenis van grote beschavingen leert dat die niet ten onder zijn gegaan aan de aanvallen van buitenaf, maar aan het gebrek aan moraal binnen de eigen beschaving. En die uitte zich steevast in een steeds grotere kloof tussen arm en rijk. De bestaanszekerheid zit dus niet hierin of je zelf het allemaal kunt betalen, maar of we elkaars lasten willen dragen. Dat niet of minder willen doen is een keuze, geen noodzaak.
