‘Maak jij nou ook je preken met AI?’ De plagerige vraag had een serieuze ondertoon. Wat kun je als mens nog toevoegen aan kunstmatige intelligentie? Vooralsnog draai ik de vraag om: wat kan AI toevoegen aan míjn intelligentie? En hoe pluk ik daar de vruchten van? Maar dat laatste blijkt minder eenvoudig dan het klinkt, zeker als je er écht profijt van wilt hebben.
De ontwikkelingen gaan razendsnel. En vooral de snelheid waarmee AI dingen voor elkaar krijgt, verbaast me. Voorbeeldje: via de giftshop van onze pioniersplek komen bestellingen binnen van ons kerstgeschenkboekje. In aanloop naar Pasen kopieerde en plakte ik al die bestellingen nog handmatig in een overzicht. Bloedirritant klusje, maar het moest gebeuren. Nu sla ik de bestellingen op en vraag AI een overzicht te maken. Met alle gegevens en totalen van de verschillende producten. En voilà, binnen no time is alles bijgewerkt. Mét een lijstje van ontbrekende gegevens. Dat leek AI zelf wel nuttig. En dat is het ook. Want mensen vergeten weleens hun huisnummer of straat in te vullen. Het scheelt me uren.
En die preek? Natuurlijk schrijf ik die zelf. Mijn eigen verwerking en persoonlijke noot maken een preek authentiek. En dat is wat mensen zoeken. Maar AI helpt me wel op weg. Welke geestelijke schrijvers schreven over een onderwerp? Welke verklaringen bestaan er van een moeilijke Bijbelpassage? Neem ik die antwoorden zomaar voor waar aan? Natuurlijk niet. Ook bij Google of een encyclopedie moet je kritisch blijven nadenken. Maar het scheelt ontzettend veel zoekwerk.
Schrijven doe ik ook zelf. Al vraag ik AI soms mee te kijken. Niet om iets te verzinnen, maar om scherper te formuleren. Soms staat er wat ik wil zeggen, maar is het toch niet duidelijk. Of lopen twee gedachten door elkaar. Of val ik in herhaling. Na al het schrijven en schrappen zie je dat zelf niet meer. Dan vraag ik AI de tekst te analyseren en in mijn schrijfstijl scherper te maken, zonder iets toe te voegen. Soms vraag ik erbij de tekst in te korten. Want dat kan vaak. En soms moet dat ook, om een column leesbaar te houden.
Laatst realiseerde ik me hoeveel tijd AI me bespaart. Maar wat doe ik met die tijd? De natuurlijke reflex is: andere dingen gaan doen. Zo werkt automatisering al langer. Een wasmachine neemt je het handwassen uit handen, maar zorgt er niet voor dat je de hele ochtend vrij hebt. Waarom eigenlijk niet?
Dus fietste ik naar de sportschool. Daar kan ik nu makkelijker tijd voor maken. Maar even zo vaak ga ik gewoon door met ander werk. Het valt niet mee om gewonnen tijd ook echt vrij te nemen.
Misschien zit daar wel de echte uitdaging van AI. Niet hoe we nóg meer kunnen doen in dezelfde tijd, maar hoe we tijd overhouden voor andere dingen. Vrienden, familie, sporten, ontspannen, vrijwilligerswerk, mantelzorg. Van meer, meer, meer is nog nooit iemand gelukkig geworden. Het mag ook wel eens een tandje minder.
Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.
