Vorige week vierde Gerard van Maasakkers zijn 75e verjaardag in, hoe kan het ook anders, theater Het Klooster in zijn geboortedorp Nuenen. Een jaar of twintig geleden was ik groot liefhebber van de Brabantse troubadour. Praktiserend liefhebber, want ik zat met grote regelmatig in het theater en kocht al zijn bladmuziek en CD’s. Maar ik raakte Gerard ‘onderwege’ wat kwijt.
Twintigers waren we, Lesley en ik, toen we ieder seizoen wel een voorstelling van Gerard meepikten in een theater in de buurt. We waren altijd de jongsten in de zaal; de grijze golf had tijdens Garard’s theatershows al duidelijk haar intrede gedaan. Maar dat mocht de pret niet drukken: we genoten met volle teugen van de intieme voorstellingen en we geloofden ieder woord dat Gerard ons toe zong.
De kracht van Gerard zit hem in het verpakken van verhalen over bijzondere mensen in kleine liedjes; een kwaliteit die niet veel tekstdichters hebben. In een heel ander genre, maar Rick de Leeuw en Jack Poels kunnen dat ook als geen ander. Ik kende Gerard eigenlijk al veel langer, van de ‘Brabant Bont-ste’ CD’s die ons ma in de kast had. Met Gerrit Uittenberg en Ad de Laat had ik niet zoveel, maar ‘Hee gaode mee’ bleef al vroeg in mijn tienerjaren steken in mijn hoofd. Daar bleef het toen trouwens ook wel bij.
Toen Gerard op uitnodiging van Boldertheater eind 2002 naar Waspik kwam met zijn programma Vol Dagen, wilde ik dat wel eens zien. Dus ging ik met Lesley en met de rest van Waspik naar Den Bolder om vervolgens enorm verrast te worden door de kracht van de eenvoud. Gerard bleek niet veel nodig te hebben om de zaal te overtuigen met zijn kleine liedjes. Ik mocht hem in die tijd interviewen voor de krant en het bleek ook nog eens een alleraardigste kerel te zijn. “Ik probeer de onderwerpen altijd zo dicht mogelijk bij huis te houden”, vertelde Gerard me toen. “Hierbij laat ik zo veel mogelijk open, dus de echte kleine details beschrijf ik niet in mijn liedjes. Mensen kunnen hierdoor hun eigen verhaal bij een nummer denken en dat maakt het herkenbaar.” Ik was om.
’Ik zal oe ’s wa gaon zinge, ’t is over Cis Verdonk. Ze woonde in ’n huiske achteraf en ze dronk teveul. Ze stonk tegen de wind in, en d’r heund die stonke mee, mer Cis, die klaogde nooit; Cis die waar tevreje. Ze laas nooit de krant want aan leze ha ze ’t land en de mense zinnen aalt “D’r is mee Cisse wa aon de hand.” En as Cis oe ’n snuupke gaaf, dachte bij oe eige: Bah, godweet, hoe lang da’t in d’re smerige jas gezeten ha.’ (Cis Verdonk)
Zoals gezegd hebben we in die jaren aardig wat voorstellingen bijgewoond. Op een gegeven moment raakte ik het kwijt. Dat zal rond de tijd geweest zijn dat de bezoekers van zijn shows als kerkkoor fungeerden bij liedjes als ‘Hier heur ik thuis’ en ‘Salve Maria’. Ik ben niet zo van het meezingen, nooit geweest; niemand kan het beter dan de artiest zelf. Ik voelde me gewoon niet meer echt thuis in de zaal.
Nu Van Maasakkers door zijn 75e verjaardag weer in de belangstelling staat, heb ik mijn CD’s weer eens van zolder gehaald en het stof er vanaf geblazen. En eerlijk is eerlijk: ik heb dit toch wel gemist. Vooral de CD ‘Achterland’ is het beste wat er in dit genre ooit in het Brabantse dialect is gemaakt. Aan de opener ‘Dragen’ weidde ik eerder een artikel. Gerard zingt zijn vader direct toe in de laatste dagen van zijn leven, terugblikkend op de moeilijke periodes die hij met hem heeft doorgemaakt. Maar de berusting bij het naderende einde: echt kippenvel hoe mooi hij dit heeft kunnen verwoorden. Flarden van die tekst komen nu wel akelig dichtbij nu ons ma de laatste fase van het leven van haar zus begeleid…
’Hou me mer hou me mer, hou me mer vast. Ik zal oe dragen, hou me mer vast. Van ’t bed naar de po stoel en dan weer terug. Ligde wel goed zo? Slaopt mer gerust. Vader ik zal oe dragen’ (Dragen)
In dezelfde lijn en van dezelfde CD is ‘Marie’, een juweeltje dat het tafereel beschrijft van een vrouw (Gerard’s moeder) die haar man verliest en daarna te maken krijgt met de stilte. Universeel, maar zo persoonlijk opgetekend… Ik ken Marie niet, maar heb nog iedere keer met haar te doen als ik het nummer hoor. Het nummer ruist zo af en toe in mijn bovenkamer als ik Ria, moeder van vriend Ronny voorbij zie lopen…
’De leste jaoren, da ze samen waren waar’t zo hendig nie en ze was haost vergeten wa ze zelf wilde eten. Mer klagen of zoiets, da nie. En ze weet’t wel, ’t bezoek da wordt al minder, de telefoon blijft langer stil, mer ze zee, da’t er da nie zoveul hindert. “Nou kan ik ook ’s doen wa da’k zelf wil.” ’ (Marie)
Ach, ik zou 75 verhalen op kunnen tekenen over het prachtige oeuvre van Gerard van Maasakkers, maar dan zou ik in herhaling vallen. Nog niet zo bekend met zijn liedjes? Luister naast bovenstaande liedjes eens naar ‘As ge komt’, ‘Bloemen zijn rood’, ‘Land van zand’, ‘Sterren van de hemel’, ‘Boom aan de rivier’, ‘As ge ooit’ en ‘D’n boom’. Gerard van Maasakkers mag met trots terugkijken op het oeuvre dat hij vanaf zijn 29e op plaat heeft gezet. Of, zoals hij het zelf al zong in ‘Hier heur ik thuis’: ’We moge wel gruts zijn op wa we bereiken, mer we lopen er nooit mee te koop.’
Ik denk dat ik Gerard’s verjaardagsfeestje ‘In de gloria’ komend jaar maar eens ergens mee moet gaan vieren. Tot maart 2025 tourt hij met onder andere Harry Hendriks door het land om die warme Brabantse deken over het publiek uit te spreiden. En wie weet…, misschien ga ik nog wel meezingen ook! Van harte Gerard: ’nog veule jaore!’
Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik
