Ik ben fervent luisteraar van de Platenkast Podcast die naamgenoot en college muziekliefhebber Marcel Timmermans uit Raamsdonk regelmatig online zet. Buiten de nodige flauwekul die te pas en te onpas langskomt, heeft hij wel degelijk een mooie visie op muziek. Een van zijn laatste brouwsels was de podcast ‘Heilige grond’ over de hang naar je eigen dorp. Zijn Raamsdonk is mijn Waspik: allebei stelt het eigenlijk niet veel voor, maar voor ons is het de beste plek op aarde.
Marcel kleedde de betreffende uitzending aan met liedjes die je het gevoel geven van thuiskomen, hetzij door de tekst, hetzij door de sfeer van de muziek. Natuurlijk haalde hij er ook de Raamsdonkse trots Ad Zat en Wim Pin bij. Zo’n duo hebben wij in Waspik niet, maar net als Raamsdonkers zijn Waspikkers wel echt ‘music-minded’. Ik dwaalde in gedachte af naar muziek in mijn dorp. Nou ja, eigenlijk naar muziek over mijn dorp.
’Waor kan ik heen, ik wul nie naar Waspik. Nee heel dè Waspik interesseert me gin reet.’ Goed, dat is niet persé positief, maar wij zijn in Waspik wel wat dank verschuldigd aan Patrick Marcelissen, de charismatische frontman van WC Experience. Want hoewel de betreffende zinssnede komt uit een ode aan Rammusdoenk, weidde Marcelissen ook een nummer aan Waspik. Volgens mij toentertijd op verzoek van Waspik Onzin, zeg maar de voorloper van de Poelepetaote. Op de melodie van ‘O o Den Haag’ van Harry Klorkestein bezingt Marcelissen samen met broer Andy als Duo JOS in onvervalst Fèèrs het Waspik van weleer.
’Ik zou best nog wel ’n kirke mee d’n Patser een potje wulle knokke. Tege Leej z’n schene schuppe en dan gaan lope zo hard as ge mar kan. Of bai Henk en Arjan in ’t café wè maauwe mee die nichte, die kroeg was echt een balletent, dè noemde wai hier De Broine Ster.’ (Oh oh Waspik - Duo JOS)
Je zou er als echte Maoneblusser zo trots op worden als een aap met zeven ruggen. Het mooie van dit nummer is dat het met een dikke vette knipoog naar ons dorp is. Want zo positief is het allemaal niet wat er gezongen wordt, maar toch herkenbaar voor iedereen. Is er dan niet een eervollere ode aan Waspik? Natuurlijk: het Waspikse volkslied. Volgens mij al vrij oud en meerdere keren uitgebracht. Ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van ons dorp werd het op CD gezet en toegevoegd aan het boek Waspikse Praot. Drie jaar geleden werd het als protestlied tegen de komst van windmolens ingezet door een groepje bezorgde burgers.
Ode
Die CD van Waspikse Praot laat trouwens meer over ons dorp horen en dan met name over ons dialect. Leuk hebbedingetje dat met een beetje geluk komend weekend op de boekenbeurs in Den Bolder nog wel te scoren valt. Net als trouwens die vele Songfestival-CD’s die een keur aan Waspikse liedjes laten horen. Zelf wil ik graag nog even terug naar vriend Marcelissen. Want naast de treffende ode aan Waspik, schreef hij ook het volkslied van het Zomerkamp: ‘Vollen bak feest’, dit ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het kamp. Het geeft het dorpsgevoel van de jeugd perfect weer: iedereen die ooit mee ging op Zomerkamp herkent het meteen. Fantastisch gedaan.
’Bai oons pa en ma vloeit ‘r wir een traon. Ze moette nie jaanke as wai op Zomerkaamp gaon. De waoterbak die staot wir in de waai. Oe gèèf wasse is ‘r dus een week nie bai. De heimee laote wai wir tois dees jaor. Un wikske lang los gaon, op Zomerkaamp!’
Dat volkslied kreeg trouwens twee jaar geleden concurrentie door een bewerking van Good Riddance van Green Day. Famke IJpelaar en Jordi de Hond tekenden voor een weemoedig lied, een muzikale Zomerkamp-soundtrack om bij weg te mijmeren bij het kampvuur.
’Een weekje Zomerkamp het staat weer voor de boeg. Geen school of werk meer alleen maar ’t pad op vroeg. Dus zeg ze thuis gedag en pak je tas maar in. Het is niet uit te leggen, maar we hebben zoveel zin. Zomerkamp: iets heel unieks, het geeft een fijn gevoel. Als je meegaat snap je wat ik bedoel. Vier groepen gaan op pad ja, met hetzelfde doel. Spelen en feesten ja, het wordt een dolle boel. De Klus en keuken ja, ze hebben het pas druk. Maar ze gaan toch echt mee voor het kind en z’n geluk. De waterbak, een kletsnat pak: het is er allemaal. Ieder kind beleeft z’n eigen verhaal.’
Heilige grond
Waspik stelt geen drol voor, maar ik zou het voor geen goud willen missen. Ik ben er een paar jaar uit geweest toen ik voor mijn studie naar het hoge noorden moest verhuizen, maar Waspik bleef trekken. Ik ben dan ook blij dat ik mijn kinderen hier op kan laten groeien, op deze heilige grond. Good old Jack Poels verwoordde mijn gevoelens één op één in ‘Zilverstraot’:
’Ik ken heer bijna iederien. De mieste van naam, allemoal van gezicht. Als ik heer dor de stroate loep, ving ik de weg met mien oege dicht. Want heer bin ik geboare. Op deze eige grond lig ik straks, nar al die joare, met enne lach op miene mond.’ (Zilverstraot - Rowwen Hèze)
Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik
