Hoe fantastisch zou het zijn om mijn jeugdherinneringen aan carnaval aan het papier toe te vertrouwen. Jullie als lezers mee te nemen in hoe ik als kind en tiener helemaal los ging en ik tranen in mijn ogen kreeg als het feest weer voorbij was. Nou, die herinneringen zijn er dus niet, want ik vond als kind geen bal aan carnaval. Laten we het er op houden dat ik de schade gelukkig wel heb ingehaald.

Op de basisschool ging het nog wel. Daar was er, net als nu nog steeds, een carnavalsfeest in de week voor carnaval. Ik kan me herinneren dat ik dat altijd wel gezellig vond. Het uitbundige verkleden hoefde voor mij niet zo nodig, maar ik was erbij. En… ik verzorgde bijna altijd een optreden met jeugdvriend Robert. Op allerlei gelegenheden hebben we liedjes geplaybackt zoals ‘Figaro’ van Dorus, ‘Er staat een paard in de gang’ van André van Duin en later ook ‘Duudeljoo’ van De Duinstappers.

“Dat paard dat staat te grazen, ach, hij eet van alles wat. Er zit totaal geen haar meer op mijn buurvrouws kokosmat. Er staat een paard in de gang, ja, ja, een paard in de gang, o, o, een paard in de gang bij buurvrouw Jansen.”

Bram Beton

Maar in diezelfde tijd gingen mijn ouders, toen dertigers, zelf ook af en toe carnaval vieren in Den Bolder en bij ome Jos en tante Annie in het café. Vooral in Den Bolder met Bram Beton was het afzien voor mij. Ik vond de muziek te hard, de mensen niet grappig en mijn ouders irritant omdat ze bier dronken. Nou ja, van dat bier drinken op zich had ik geen last, maar hoe hard ik ook aan de broekspijpen van ons ma trok, steeds kwam er weer een ‘laatste pilske’. Het waren er ontelbaar veel… Voor mij nog steeds reden genoeg om zelf niet te drinken in het bijzijn van de kinderen. Uit die tijd koester ik echter wel goede herinneringen aan ‘Er hangt een dame aan de dakgoot’ van Ria Valk: die galmde wel lekker door de oude zaal van Den Bolder. Mijn beste herinnering aan Bram Beton.

“Er hangt een dame aan de dakgooooot. Laat maar hangen, laat maar hangen tis lekker weer. Er hangt een dame aan de dakgooooooooooot. Laat maar hangen, laat maar hangen tis lekker weer. Vanmorgen vroeg om kwart voor acht toen hing ze er al aan, de bakker zag d’r hangen en die zong meteen spontaan: er hangt een dame aan de dakgooooot. Laat maar hangen, laat maar hangen tis lekker weer. Er hangt een dame aan de dakgooooooooooot. Laat maar hangen, laat maar hangen tis lekker weer.”

Bij d’Ouwe Haven hield ik het langer vol. Daar kwam de familie van ons ma altijd bij elkaar en ik genoot van het plezier dat ze met elkaar hadden. Het lawaai was ook minder en, belangrijk voor mij: ze hadden serpentines, veel serpentines. Urenlang kon ik mezelf vermaken met het oprollen van slierten serpentines tot een grote rol. Dàt was carnaval voor mij!

Het moet voor mijn ouders dan ook een soort van wonder geweest zijn toen ik aan het einde van mijn tienerjaren opeens carnaval ging vieren. Eerst wat voorzichtig en onwennig, maar als snel gingen we met ‘De Kleffe Ridders’ echt op pad. Sterker nog: ik werd op 23-jarige leeftijd bestuurslid van Stichting Jeugdcarnaval Waspik en ging me dus met de organisatie van het carnavalsfeest bemoeien. Wie had dat ooit gedacht?

Ook in die periode kwam de familie van ons ma op zondag nog samen in d’Ouwe Haven. Inmiddels spuugde ook ik niet meer in bier en dus vierden we samen carnaval met ome Han, ome Frans, ome Kees en ome Jos. Niet zelden stonden we dan binnen mum van tijd met drie glazen bier in de hand; het was werkelijk niet aan te slepen. Die tijden zijn definitief voorbij. Ome Jos is allang niet meer de uitbater en van de familie Oerlemans is nog maar verdomd weinig over.

Leuk in die periode was dat Peter Fijneman regelmatig draaide bij ‘de Bruine’. Als wij ons gezicht lieten zien, raffelde Peter het nummer dat opstond af om vervolgens keihard ‘Poep in je hoofd’ van de Raggende Manne in te zetten. Niet bevorderlijk voor de sfeer, maar voor ons altijd het hoogtepunt van de avond. Binnen twee minuten zweet op de kop en een schorre keel (en veel verdwaasde blikken van de omstanders). Zoete herinneringen…

“Zal ik jou ’s effe lekker in je bek schijten? Of heb je al poep, poep in je hoofd? Zal ik jou ’s effe lekker in je bek schijten? Of heb je al poep, poep in je hoofd?! Poep in je hoofd, poep in je hoofd, wat maakt het uit? Als je maar gelooft… Poep in je hoofd, poep in je hoofd, wat maakt het uit?!”

Optocht

Met De Kleffe Ridders hebben we een aantal jaren met wisselend succes meegedaan aan de optocht. Ons eerste jaar was meteen het beste. Wij liepen als mummies ‘ingewikkeld’ vooruit. Dat bleek al snel meer dan een woordgrap te zijn, want we hadden ons maar halve bak met verband ingewikkeld waardoor al voordat we in Waspik-Beneden waren we afgeknelde aderen in de benen hadden. Met de prijsuitreiking leken we af te steven op een podiumplek, want van de laatste naar de eerste plaats werden we maar niet omgeroepen. Het bleek al snel dat ze ons vergeten waren: beste start ‘ever’. Als ridders in het jubileumjaar 2000 hadden we meer succes en zagen we er daadwerkelijk aardig uit. Hoewel de metalen helm voor diepe kloven op de schouders zorgden. Als Kleffe Surfers haalden we zelfs op een positieve manier de krant (en nee: dat was niet geschreven door mijzelf). Na onze deelname bij de wagens met de vogeltrek doofde de deelname van De Kleffe Ridders aan de optocht als een nachtkaars. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

We staan aan de vooravond van carnaval: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ik ben carnaval in al die jaren nog beter gaan begrijpen. Het gaat er niet om hoe gelikt je carnavalspakje is. Het gaat er niet om of je eerste wordt in de optocht. Het gaat er niet om dat je jezelf helemaal aftankt met bier. Nee, het gaat er zelfs niet om of je alleen maar carnavalskrakers van weleer hoort (hoewel dat wel de sfeer verhoogt). Waar het wel om gaat? Dat je al die iconen uit je eigen dorp langs ziet komen met een grote grijns om de lippen. Dat flauwekul de boventoon voert in een veel te serieuze maatschappij die aan elkaar hangt van verplichtingen. En precies dat maakt carnaval het leukste feest van het jaar! Veel plezier allemaal enne… alaaf!

“Ja, ja, ik voel ’t al: ’t Is weer carnaval. Loop mij maar achterna achter de hoempapa. Ja, ja, ik voel ’t al: ’t Is weer carnaval. Er speelt ’n hoempapa van hier tot overal.”

Marcel Donks, carnaval- en muziekliefhebber uit Waspik