Het is toch eigenlijk wel erg interessant hoe het in je bovenkamer werkt. Zonder mezelf ervan bewust te zijn, begin ik toepasselijke liedjes te zingen of te neuriën als ik iets zie of ergens mee bezig ben. En die gebeurtenissen en liedjes vormen dan weer linea recta de inspiratie voor mijn wekelijkse muzikale verhalen. Zo ook deze week.
Potjes, pannen, gordijnen, verroest gereedschap en kleren, veel kleren… Het onvermijdelijke opruimen in het huis van mijn onlangs overleden tante Toos is zaterdag begonnen. Natuurlijk hielpen we ons pa en ma mee, want zeker voor ons ma is dat best wel een dingetje natuurlijk. Voor ons was het makkelijker dan voor haar om een selectie te maken uit de spullen die naar de kringloop of de stort kunnen en spullen die bij familie een nieuwe bestemming krijgen.
Terwijl Lesley zich met ons ma ontfermde over de kasten in de slaapkamers, dook ik met ons pa in het schuurtje achter het huis. Ons pa had daar al eens een hoop zakken in gezet die voor de stort bestemd waren, dus we waren al snel een eind op weg. Tientallen zakken ‘rommel’ stapelden we keurig tegen de schuur aan om ze binnenkort definitief vaarwel te zeggen als ze in de container verdwijnen. Zal wel een ‘tienkupper’ worden, denk ik zo…
Klassieker
Het is altijd spannend wat je in zo’n oud schuurtje tegenkomt. Vooral veel rommel natuurlijk, want het staat niet voor niets al jarenlang te verstoffen in een hoekje van de schuur. Rieten mandjes, stenen potjes en heel veel hout: de stapel werd alsmaar groter. Het zonnetje kwam door en ik betrapte mezelf erop dat ik een klassieker van Pater Moeskroen begonnen te zingen, zeker toen ik de verzameling spullen zag die de ‘binnenploeg’ had uitgestald op de vloer van de woonkamer met als bestemming de plaatselijke scouting.
’Dozen vol met keukenspul, pannen en bestek. Kisten vol met flauwekul en dan een stapelbed. Je zal maar verhuizer wezen (je zal maar verhuizer wezen), je zal maar verhuizer wezen: daar ben je mooi mee klaar. Stoelen, banken, een dressoir, een oude linnenkast. Twee gekrulde kandelaars, piano d’r aan vast. Je zal maar verhuizer wezen (een aambeeld en een vlag), je zal maar verhuizer wezen (en dat dan elke dag). Nee, dan nog veel liever verwarmingsmonteur in Jamaica, Jamaica.’ (Verhuizer - Pater Moeskroen)
Ik begon gedurende de dag na te denken wat een werk het zou zijn als ons huis ooit leeg geruimd zou moeten worden. Want toegegeven: wij zijn best verzamelaars. Bij mij letterlijk als het om spullen van Doe Maar en over platen en CD’s gaat, maar ook als je ziet wat we in die jaren bij elkaar hebben verzameld aan spullen voor de kinderen. Tel daar de af en toe uitpuilende keukenkastjes bij op en je kunt je voorstellen dat het niet alleen in huis, maar ook in ons hoofd soms erg druk en vol is.
Eigenlijk is het een weerspiegeling van de consumptiemaatschappij waarvan we onderdeel uit maken. Want ook wij maken ons schuldig aan het bestellen van spullen bij Shein, gewoon omdat het zo makkelijk en goedkoop is. Onze kinderen komen niets tekort; daar werken we ook hard voor, maar af en toe wat minder zou helemaal niet verkeerd zijn. Er is gewoon veel te veel van alles.
Jazzpolitie
Peter Groot Kormelink en Herman Grimme van Jazzpolitie schreven er in 1993 een treffend nummer over dat nog steeds met groot regelmaat in mijn bovenkamer rondwaart. ‘Te veel’ staat op het naamloze debuut van de Groningse band: de plaat die me via de walkman door mijn eerste jaar studeren in Groningen heeft gesleept. Sterke plaat met ‘Witte heuvel’ als absoluut hoogtepunt, maar dus ook met ‘Te veel’.
’Elke morgen bij de bakker loopt het water in mijn mond: kies ik vandaag voor lekker, of kies ik gezond? Croissantjes, kadetjes, viergranen dwars gebakken, muesli-, vloer- of tijgerbrood met of zonder maanzaad? Geen idee wat ik nemen moet, geen idee wat ik nemen moet. Er is veel te veel, te veel van alles. Er is veel te veel, te veel van alles. Er is maar weinig dat er over blijven zou als je me vraagt waar ik echt van hou.’ (Te veel - Jazzpolitie)
Wie weet is de tijd rijp om met minder genoegen te nemen. En misschien is dat niet eens een keuze. Nu alles alsmaar duurder wordt, is het maar de vraag hoe lang we het ons nog kunnen veroorloven om alles zomaar te kopen. Ik zit niet te wachten op een nieuwe recessie en terug naar begin jaren tachtig wil ik al helemaal niet, maar het wordt wel tijd dat de maatschappij een nieuw evenwicht vindt en dat we weer wat meer ‘in connectie’ komen. Terug naar de basis, terug naar de eenvoud, iets mooiers wat misschien wel niet bestaat…
’Zij zocht maar kon niet vinden, waar ze vurig naar verlangde: liefde die bestond in al zijn eenvoud. De illusies van een massa, ze wilde ze geloven maar ze keer ernaar en doorzag ze allemaal. Wie neemt het haar nog kwalijk dat zij op zoek ging naar iets mooiers, iets mooiers wat misschien wel niet bestaat’ (Eenvoud, Rowwen Hèze)
Marcel Donks, muziekliefhebber
