Vorig jaar waagde ik me in de aanloop naar carnaval aan een vierluik over carnavalskrakers van weleer. Het bleek een utopie om al dat moois in een vierluik te bundelen. Dus doen we nog een rondje, ter lering en vermaak, maar vooral om al lekker in de stemming te komen voor het feest der feesten.
Ja, ik heb een zwak voor Franky Boy… en Barry Ughes… en André van Duin… en Dingetje… en nog veel meer van deze iconen uit de historie van de Nederlandse carnavalsmuziek. En ik ben ook de eerste die grif toegeeft dat dat best uitzonderlijk is. Zeker in de wetenschap dat ik hartje zomer zomaar een evergreen van Franky Boy op kan zetten: geen enkel probleem. En nee: natuurlijk is dit genre muzikaal gezien op z’n zachtst gezegd niet sterk. En ook tekstueel komen er soms tenenkrommende rijmschema’s voorbij. Maar… het is muziek die mij iedere keer weer een glimlach op de lippen bezorgt met daarbij een gelukzalig gevoel.
Wisten jullie dat mijn muzikale held Henny Vrienten zich ook aan het carnavalsgenre heeft gewaagd? Net voor zijn toetreding tot Doe Maar schreef hij nummers voor tal van artiesten, vooral uit de stal van platenmaatschappij Telstar. Laten we het er op houden dat het niet zijn beste periode was ;-) In 1978 schreef hij voor De Twee Pinten het onnavolgbare ‘Jodelodelodelodelohitie’. Man, man, man: wat slecht, maar tegelijkertijd briljant. Vrienten begreep als Brabander precies waar een carnavalskraker over moet gaan: nergens.
“Ich bin die kleine Heidi hier unter in het tal. Ik hou van meine Josef, da hij mein hartje stahl. Meine Mutti hatte liver dat ik met Peter vree, want Peter heeft een baantje bij de PTT. Jodelodelodelohitie, jodelodelodelodeli. jodelodelodelohitie, jodelodelodelodeli.” (‘Jodelodelodelodelohitie’ - De Twee Pinten)
Dingetje
En dan Dingetje… Wat een buitenbeetje is dat! Hoewel: eind december werd er in de Etten-Leurse Muziekquiz nog een complete ronde gewijd aan Frank Paardekoper, zoals Dingetje in het echte leven heet. Dan heb je toch wel wat gepresteerd. Dingetje noemt zichzelf liever ‘antiest’ in plaats van artiest en maakt persiflages in de lijn van de Amerikaan Weird Al Yankovic. Briljant dus. Een jaar of tien geleden kwam hij uit het niets met ‘Kale kano’, nadat hij eerder al furore maakte met nummers als ‘Ik wil voor mijn verjaardag een Dolly Dot’, ‘Kaplaarzen’ en ‘Praat geen poep’. De fijne klanken van ‘We no speak Americano’ van Yolanda Be Cool met daarbij de onnavolgbare teksten van Dingetje: heerlijk.
“Stien ik zit eens goed naar je te kijken. Een prachtig lijf het is niet om te zeiken. Slechts één ding zou ik anders willen zien, het maakt je een stuk jonger bovendien. Ik wil een kale kano. Een kale kale kano. Ka-ka-ka-ka-ka kale kale kano. Weet je waar jij op lijkt Stien? Kate Bush.” (Kale kano - Dingetje)
Een heel verhaal zal ik niet snel aan Corrie van Gorp wijden, maar als we het over carnavalskrakers hebben dan kun je niet om de Rotterdamse heen. Ze reed gewillig mee op de weg die collega André van Duin voor haar plaveide. Samen zorgden ze voor een groot deel van de vulling van de talloze ‘Daverende dertien’ elpees die de Nederlandse platenmaatschappijen eind jaren zeventig en begin jaren tachtig uitbrachten en waarvan er nog vele in omloop zijn. Met onnavolgbare Rotterdamse tongval bezong ze herkenbare thema’s: ‘Ik ben tamboer’, ‘Me soezafoon’, ’Kokosnoten-Coco’, ‘Zo slank zijn als je dochter’ en natuurlijk de kraker ‘Alie van de wegenwacht’. Polonaise gegarandeerd.
“Ik ben tamboer, ’k sla elke trommel naar z’n moer. Als je me op dat ding hoort rammen, hoef je je haar niet meer te kammen. Ik ben tamboer, ’k sla elke trommel naar z’n moer. Ja, pas maar op want zo meteen dan sla ik door m’n trommel heen. En ik sla raak hoor.” (Ik ben tamboer - Corrie van Gorp)
Rubberen Robbie
Wel bijzonder eigenlijk dat de grootste carnavalskrakers door artiesten van boven de rivieren zijn gemaakt. Met André van Duin als aanvoerder, maar wat te denken van Rubberen Robbie. Nee, een groot carnavalsrepertoire heeft de Leidse formatie niet, maar met ‘De Nederlandse sterre die viere carnaval’ heeft het voortvloeisel van Catapult toch een evergreen afgeleverd met een dikke knipoog naar de carnavalsliedjes van toen. Zou WC Experience met het maken van de Kletspraotpolonaise beïnvloed zijn door deze single? Mwah…
“M’n zus, die heeft een hobbelpaard, een hobbelpaard, ajee, ajoo, daar hobbelt ze mee door de hei. M’n broer, die viel in de openhaard, de openhaard, ajee, ajoo, de vellen die hingen d’r bij. Onze ouwe St.Jan, ja, die kan er wat van. Als de klokken luiden gaan vliegt de koster door ’t raam, kijk, daar komt ’ie net weer aan. Als ’t gras twee meter hoog is, hela hup, hela hoo, als ’t gras twee meter hoog is, wordt ’t tijd dat u het maait.” (De Nederlandse sterre die viere carnaval - Rubberen Robbie)
Maar natuurlijk hebben ‘wij’ Brabanders wel Vader Abraham. Zijn oeuvre is op z’n zachtst uitgedrukt indrukwekkend te noemen. Je kunt een aardige verzamelaar vullen met zijn carnavalsnummers die je vervolgens allemaal zo mee kan zingen. Een buitenbeetje en minder bekend is ‘Het apenlied’ uit 1987. Toen kon zo’n tekst gewoon nog; hij zou daar nu niet meer mee wegkomen…
“Apen, die lachen om de mensen en mensen om de apen: is dat niet om te gillen? Apen, die leven net als dieren om mensen te plezieren, maar ik zie geen verschillen. Apen ze hebben ook twee armen, ze kunnen je omarmen en ook van iemand houden. Apen, die kennen duizend liedjes en hebben ook verdrietjes als jij en ik. Apen, je kunt ze alles leren, je moet het maar proberen: ze lopen zonder kleren. Apen, die zijn toch net als mensen, ze kijken in de spiegel als jij en ik.”
Ik hoop dat jullie allemaal lekker in de stemming komen voor carnaval. En die carnavalskrakers? Nutteloos leuk, maar inmiddels een belangrijk onderdeel van de carnavalscultuur die mijns inziens nooit verloren mag gaan. Het Zomercarnaval in Rotterdam staat inmiddels op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed. Wordt het niet de hoogste tijd dat ‘ons’ carnavalsfeest en dan vooral de carnavalsmuziek daar ook op komt? Hoe dan ook: nog een weekje en dan kunnen we weer los: geniet ervan!
Marcel Donks, carnaval- en muziekliefhebber uit Waspik
