Toneel is altijd haar lust en haar leven geweest. Net als gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Toke Duquesnoy (89) werd onlangs gehuldigd omdat ze al zeventig jaar lid is van toneelvereniging OOG.
Door Hetty Dekkers
“Eigenlijk ben ik al langer bij de club, maar je mocht pas officieel lid worden als je achttien werd”, vertelt Toke. Als 16-jarige volgde ze in de avonduren de Mater Amabilisschool in Waalwijk. “Die zat toen in de huishoudschool en was bedoeld om werkende meisjes te helpen een goede huisvrouw te worden”, lacht Toke, die heel haar leven het feminisme een warm hart toedroeg. “Vrouwen hadden niets te zeggen in die tijd. Onze directrice was gelukkig dol op cultuur, waardoor we lessen zang, toneel, declameren en ballet kregen. Iemand van OOG had onze schoolrevue gezien, waarin ik optrad, en toen vroegen ze me die act ook bij de kermismatinee van OOG op te komen voeren. Bij Ko de Nijs. Dat wilde ik wel natuurlijk. Ik deed dat samen met mijn klasgenote Laura van den Broek. Later kregen we nog meer rolletjes. Wij waren destijds de enige jonge meiden bij OOG. Er speelden al wel een paar vrouwen, maar die waren volwassen en hadden kinderen. Overigens mocht je als je trouwde even niet meer spelen. Men was dan bang dat je zwanger ging worden. Mijn ouders waren ook niet enthousiast over mijn bijdragen aan OOG. Ze vonden het een club met een slechte naam, waar veel werd gedronken.” Niets voor een keurig meisje dus, maar Toke trok zich nergens iets van aan en zette door.
Groepsproces waardevoller
Op haar achttiende mocht ze pas officieel lid worden van OOG. Maar alleen omdat de heren dat goedvonden. “Je werd dan voorgehangen, zoals dat heette. De mannen gingen stemmen of je er wel of niet bij mocht.” Dat OOG een echt mannenbolwerk was in die tijd, bleek ook uit de vergaderingen. “Je mocht daar dan net komen als vrouw, maar je mocht vooral niks zeggen. Je moest je mond houden. Dat was voor mij een probleem natuurlijk, mijn bijnaam was niet voor niets rooie rakker. Toen er later een bestuursfunctie vrij kwam, heb ik brutaal gesolliciteerd. Maar dat ging natuurlijk te ver, een vrouw in het bestuur.”
Het kon Toke’s plezier niet bederven. Ze was dol op OOG en vooral op de repetities. Die waren altijd op dinsdagavond en Toke liet er nooit een voorbijgaan. “Als mijn vrijer op dinsdagavond wilde komen, dan had hij pech.” Toke kreeg in de loop der tijd diverse, meestal wat kleinere rollen. Dat vond ze prima, want het proces was voor haar belangrijker dan het resultaat. “Wij lazen samen wekenlang teksten, om ze goed uit het hoofd te leren, maar ook om de uitspraak en om de juiste emotie in je rol te kunnen leggen. Dat proces van samen leren, ergens naartoe werken, vond ik eigenlijk nog mooier dan de opvoering zelf. In mijn ogen was dat een soort anti-climax. Je hebt zo veel lol gehad samen, en als het moment dan eindelijk daar is, ligt er veel te veel druk op. Dan gaat het alleen nog maar om de prestatie, dat geeft een andere energie. Ik vond het groepsproces er naartoe veel waardevoller.” De leden werden vroeger gegrimeerd door de broeders, weet ze nog. “Veel te veel schmink, veel te zwaar aangezet.” En de toneeltjes waren vaak ‘achterlijk klein’. “Dat was proppen om alle acteurs hun plekje te geven.”
Gevormd
Toneelspelen heeft altijd haar aandacht gehad. Toen ze op haar 25e naar Tilburg verhuisde, ging ze ook in die gemeente aan de slag als acteur en later als regisseur bij amateurgezelschappen. Eén keer deed ze mee aan een semi-professionele toer met Sylvia Kristel en Frits Lambrechts. Daar is ze nog steeds trots op. “Ik denk dat toneelspelen mij gevormd heeft. Je leert je uiten, beter met emoties omgaan, je ontwikkelt meer inlevingsvermogen. En je leert liegen, wat ook wel eens handig is op bepaalde momenten. Het leven is immers ook theater.”
