De verkleedspullen zijn weer van zolder gehaald (of bij Shein besteld zoals dat tegenwoordig gaat) en de vrije dagen zijn aangevraagd. Carnaval staat voor de deur en iedereen bereidt zich op geheel eigen wijze voor. Leden van de blaaskapel hebben een vol programma voor de boeg, bouwers van de carnavalswagen zetten de puntjes op de i, de organisaties proberen de laatste taken aan vrijwilligers te delegeren en ik… ik zet nog een paar oude carnavalsplaatjes op. Deze week als afsluiting deel 3 van het drieluik over carnavalskrakers van weleer.
Dit drieluik zou trouwens met gemaak een 33-luik kunnen worden. Want hoe meer ik in de stoffige, naar verschraald bier ruikende archieven van de carnavalsmuziek duik, hoe meer pareltjes ik ontdek. Hoewel het carnavalsgenre uit duizenden herkenbaar is, blijkt er toch een enorme variatie in de liedjes te zitten. Natuurlijk: bier, plezier en vrouwen zijn terugkerende thema’s, maar er is meer. Zo werd het feest der zotten in het verleden met grote regelmaat gebruikt om een cultureel of politiek statement te maken. In een wereld die niet erg gezond is en aan alle kanten piept en kraakt lijkt het me medisch verantwoord om juist die liedjes eens een podium te geven.
Meest tastbare voorbeeld komt van de vader des vaders Pierre Kartner, beter bekend als Vader Abraham. Hij nam in 1973 de single ‘Den Uyl is in den olie’ op samen met Boer Koekoek. Aanleiding was de druk die de Arabische landen op Europa uitvoeren door middel van het dreigen met een olieboycot. De boycot werd ingesteld nadat Nederland volgens de Arabische wereld te veel de kant van Israël had gekozen in de Oktober-oorlog in het Midden-Oosten. Het kabinet Den Uyl ontkende, maar de boycot ging door. Een aantal autoloze zondagen moest zelfs worden ingesteld om olie te behouden voor belangrijker zaken. Saillant detail (n de wetenschap van nu): de gevolgen van de internationale economische crisis blijven nog beperkt, doordat Nederland profiteert van extra aardgasopbrengsten. Vader Abraham bedacht er een prachtige tekst op en zette Joop den Uyl daarmee aardig te kakken.
Vader Abraham heeft een grote bijdrage geleverd aan de Nederlandse carnavalscultuur. Hij zetten ook graag politici te kak zoals met ‘Den Uyl is in den olie’.
'Hij moet 't maar versieren bij al die Arabieren als haremmeisje met een blonde pruik. Ik zie hem daar al dansen, knipogen en sjansen, Jopie met z′n blote witte buik. En mocht 't daar niet lukken bij die Arabier dan rijden we voortaan op lekker schuimend bier. Den Uyl is in den olie, in den olie is Den Uyl. Den Uyl is in den olie, in den olie is Den Uyl. Koekkoek (koekkoek), koekkoek (koekkoek), ja, Joop moet in den hoek. Koekkoek (koekkoek), koekkoek (koekkoek), ja, Joop krijgt voor z'n broek.'
Olie
Ook kleinkunst gezelschap Farce Majeure liet zich door de oliecrisis inspireren. ‘Kiele kiele Koeweit’ werd in 1974 een aardige carnavalshit van dit toch wel bijzonder clubje. De teksten van Farce Majeure waren sowieso vaak sterk: scherp, humoristisch, satirisch en actueel. Voor dit lied over de oliecrisis verkleedden de acteurs Alexander Pola, Ted de Braak, Fred Benavente, Jan Fillekers en Henk van der Horst zich als Arabische oliesjeiks. Zij zongen ‘Kiele, kiele, Koeweit’ op de melodie van het lied ‘Tolhuis’ van Leon Boedels. De boodschap was dat we ons niet te veel zorgen moesten maken, want tenslotte konden we ook nog van bier ‘in de olie’ raken. In Nederland werd het nummer een hit, maar de Emir van Koeweit zag er de lol niet van in. Hij meende dat zijn land voor schut werd gezet. Dus…
'Koeweit, Koeweit, Koeweit, kiele kiele Koeweit, kiele kiele hopsasa. Koeweit, Koeweit, Koeweit, kiele kiele Koeweit, kiele kiele hopsasa. Op 't carnaval geen centje pijn, kun je nog volop in de olie zijn. Word je voor de lol geflest, het Ara-bier is er weer best. Plak je zorgen naast je neer, dat beziene, ziene we, ziene we, ziene we morgen dan wel weer, hey.'
Van een heel ander kaliber is Nico Haak. Jammer dat hij met Foxy Foxtrot zijn grootste hit scoorde, want zijn andere werk is zeker zo interessant. Ik noem ‘Als ze me missen’ of ‘Niet geschoten is altijd mis’: heerlijk. In dit kader zet ik graag een nummer op een voetstuk dat in die tijd, we hebben het over 1985, best veel stof deed opwaaien: ‘Alles mag man, van de Bhagwan’. Want om de goeroe en stichter van de spirituele beweging nou op deze manier in verband te brengen met bier en plezier: daar was niet iedereen van gediend. Toch slaagde Nico er mijns inziens glansrijk in de visie van de Bhagwan op carnavalsekse wijze over te brengen: ieder menselijk wezen is een potentiële Boeddha met de mogelijkheid om verlichting te bereiken. Zie daar de kern van carnaval.
De hele wereld was in de jaren tachtig in de ban van de Bhagwan. De link met carnaval was door Nico Haak snel gelegd.
'Al woont 'ie nou in India of in Amerika, bij hem ligt al zijn leven lang een lijster in de la. En hij schreef op de keukendeur 'Me paard staat in de gang’, want hij viert altijd carnaval z'n hele leven lang. Alles mag man van de Bhagwan, rozegeur en maneschijn. Oekoeboeroe roept de goeroe: alles mag en dat is fijn. Wil je er aan tillen til dan niet te zwaar, alles alles alles mag dat is voor elkaar. Alles mag man van de Bhagwan, is dat niet wonderbaar?'
Napoleon
Verder terug in de tijd. De oppermachtige Napoleon behaalde een briljante overwinning tegen de Oostenrijkse en Russische legers tijdens de Slag bij Austerlitz in 1805. Precies op het moment dat hij die slag aan wilde gaan, was hij zijn beroemde steek kwijt. Het is een kleine smet op de zegetocht van de Fransen in de negentiende eeuw. Het inspireerde Tony Eyk en Dimitri Frenkel Frank tot het schrijven van ‘Waar is de steek van de keizer?’, 1983 op sublieme wijze vertolkt door André van Duin. Hij zette daarmee de Franse generaal aardig te kak.
'Het leger stond bij Austerlitz, de vijand in 't verschiet. De eerste kogels vielen al maar de keizer was er niet. De keizer jankte in z'n tent: ik ben nog niet gekleed, waar is nou toch dat klereding is er iemand die 't weet. O 't was een groot schandaal en ze riepen allemaal. Waar is de steek van de keizer, waar is z'n steek, waar is de steek van de keizer, waar is z'n steek? Hij zoekt 'm al een hele tijd, hij is 'm nu al maanden kwijt. Waar is de steek van de keizer, waar is z'n steek, waar is de steek van de keizer, waar is z'n steek? Hij zoekt 'm al een hele tijd. Waar is de steek van de keizer? Hij is 'm kwijt.'
Voorbeelden te over waar de draak wordt gestoken met cultuur of politiek. Of het nou het harem is van Ali Baba in de gelijknamige single van de Marlets of het verbod op reclames op tv en radio in ‘Brinkman, minister Brinkman’ van Vader Abraham: het is een prachtige manier om gevoelige onderwerpen aan de licht te brengen. En dat altijd met een vette knipoog, want carnaval houdt een lachspiegel voor en keert ideeën om. Zo lang dat recht niet door politici wordt beperkt, zal er nog tot in lengte van dagen heerlijke carnavalsmuziek gemaakt worden. Fijne carnaval allemaal: pas op jezelf en op elkaar!
Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik
