Als je regelmatig de hele dag buiten werkt, dan kan het je niet ontgaan zijn dat het in de ochtend vaak gruwelijk koud is. Risico van het vak, zeker in de winter. Geen ramp hoor: alles beter dan die natte zooi. Maar toch, de vingertoppen vriezen er haast af. Hoe moet dat toch zijn met al die wagenbouwers die in de aanloop naar carnaval volop aan de slag zijn in de bouwschuur? En wat een prachtige traditie is dat!

Tot de jaarwisseling merk je er eigenlijk nog niet zoveel van; de meeste mensen zijn dan nog niet met carnaval bezig. Maar toch is er een aanzienlijke groep fervente carnavalsvierders die al vroeg in het najaar beginnen om van een kaal onderstel, een hoop ijzer en vele pakken papier een kleurrijke ‘praalwagen’ te maken. Ieder jaar kijk ik mijn ogen weer uit op zaterdag in D’n Haaykaant en op zondag in Maoneblusserslaand naar al die prachtige creaties.

Het is vaak een beperkt groepje dat zich in die eerste maanden bezighoudt met het ‘vormen’. Achter de schermen wordt er dan, meestal door ‘de dames’, wel gewerkt aan de kostuums en verdere aankleding van de act. Het is echter pas na de oliebollen dat de groep echt samenkomt om het karkas te plakken en te voorzien van de nodige kleuren. Muziekske erbij, pilske erbij en gaan!

'Staai ik in de file midden oep de A2 dan vraag ik, maag ik hier rooke? De tandarts is aant boren in m'n rotte kies en ik vraag hem, maag ik hier rooke? Ik staai op de mert meej un boske paling en ik vraag, maag ik hier rooke? Ik stap op de sportschool op de lopende band en ik vraag, maag ik hier rooke? Ooh ik sta onder de douche met het schuim op mun kop en ik vraag, maag ik hier rooke? Vur dat de zuster mij onder narcose spuit vraag ik haar, maag ik hier rooke? Zie ginds komt daar de stoomboot aan en de Sint vraagt, maag ik hier rooke?'

Plaatje uit de oude doos: ode aan Anton Pieck door de Vaortkaant.

Plaatje uit de oude doos: ode aan Anton Pieck door de Vaortkaant.

Bouwschuur

In gedachten ga ik terug naar het begin van de jaren tachtig toen mijn vader nog bij het Hoogblok bouwde. Met de oude werkjas aan toog hij naar de bouwschuur om in het grootste geheim te werken aan de carnavaleske belichaming van de gelaarsde kat. De voormalige wijkvereniging gooide er toen hoge ogen mee. Zelf weet ik er niet veel van (ik was nog heel jong) behalve dat ik het een immens bouwwerk vond dat uit die bouwschuur kwam. Verwondering in de puurste zin van het woord.

In de bouwschuur mochten we toen als kleine mannekes niet komen; er werd immers gelast en met zwaar materieel gewerkt. Maar het zal ongetwijfeld gezellig geweest zijn met een zelfde saamhorigheid als je nu bij de ‘echte’ C.V.’s ziet. En wat er toen uit de provisorische speakers galmde? André van Duin natuurlijk met ‘Flip Fluitketel’, ‘Ik heb hele grote bloemkoole’ en natuurlijk zijn evergreen ‘Er staat een paar in de gang’.

'Er staat een paard in de gang, ja, ja, een paard in de gang. O, o, een paard in de gang bij buurvrouw Jansen. Er staat een paard in de gang, ja, ja, een paard in de gang. O, o, een paard in de gang, een paard en staart.'

Carnaval wordt al heel lang gevierd. En hoewel de vorm wel wat is veranderd, blijft het in de basis een feest van saamhorigheid. Ook bij ons in Waspik wordt al zeker sinds de jaren vijftig carnaval gevierd, echter sinds 1967 onder de vlag van Stichting Jeugdcarnaval Waspik. Een van de mooiste optocht plaatjes uit het foto-archief van de stichting stamt uit 1967. Op de Vaortkaant bouwden de boeren toen de ‘Piek van Anton Pieck’: een heuse Langnek in het Sprookjesbos (dat toen pas 15 jaar bestond). Een bouwplek was in die tijd niet zo’n probleem; boeren en stallen genoeg dus er was altijd wel iemand die een hoekje kon missen. En wat toen tijdens carnaval voor de polonaise zorgde? ‘Mien, waar is mijn feestneus?’ van Toon Hermans.

'Een overspannen bakker een brave man uit Tiel ging naar een psychiater met een splinter in z'n ziel. Maar ziet de psychiater was ook niet al te fris, die riep ineens m'n hemel nou weet ik wat ik mis. M'n neus, m'n neus, Mien waar is m'n neus? Mien waar is m'n feestneus, Mien waar is m'n neus, waar is m'n feestneus gebleven? Ik mot 'm hebben als ik naar 't feesie ga. Ik zag 'm net nog leggen in de lala lalalala. Mien waar is m'n feestneus, Mien waar is m'n neus, waar is m'n feestneus gebleven?'

André van Duin was in mijn jeugd hofleverancier van de meest briljante carnavalskrakers.

André van Duin was in mijn jeugd hofleverancier van de meest briljante carnavalskrakers.

C.V. De Leo’s

In mijn 26 jaar in het bestuur van de stichting zag ik van wat dichterbij hoe gaaf het eigenlijk is wat die (vaak) jongelui in de bouwschuren creëren. Een prachtig voorbeeld daar van is C.V. De Leo’s. Ik zag ze volgens mij in 2004 voor het eerst in onze optocht met een versierde skelter. Binnen mum van tijd ging het van een karretje naar een heuse wagen en inmiddels bouwen ze al jaren onafgebroken een van de mooiste wagens in de regio. Ik was regelmatig voor de krant bij De Leo’s in de bouwschuur en genoot van de bezieling van de bouwers. Natuurlijk wordt er tijdens bouwavonden een stevig potje bier weggetikt, maar je zou De Leo’s tekort doen door ze enkel als drinkbroeders weg te zetten. Voor die club is de carnavalsvereniging een groot deel van het leven geworden; zeker nu de pubers van toen inmiddels gesetteld zijn en ouders zijn geworden en er nog steeds tijd wordt vrijgemaakt voor de carnavalswagen. Echte vrienden…

'Jaren lang trotseerden wij samen elk gevaar. Waar ik ook ging daar zag ik voetstappen twee paar naast elkaar. Dat het bij mij ook slecht kon gaan was mij ook onbekend en plots zag ik maar één paar ja waar was jij op dat moment? Echte vrienden krijg je niet en kopen maakt je wereld klein. Vrienden die verdien je door er zelf één te zijn. Toen het weer beter ging werden de sporen weer compleet en ik heb je toen gevraagd waarom jij dat eigenlijk deed. Je zei: ik maakte onderscheid tussen echt en nep, want je zag toen maar één paar omdat ik je toen gedragen heb.'

Terug naar het heden. Met grote regelmaat zie ik de buurjongen van de overkant in z’n oranje werkjas naar de bouwschuur van CV Dè Heurt Zo fietsen. Bikkels, want dat gaat op de vroege zondagochtend gewoon door. Dichterbij huis begint het bij onze drie meiden ook te kriebelen. Ze maken net als voorgaande jaren deel uit van Kanaal en Spoor, een van de laatste actieve wijkverenigingen van het dorp. Het bouwwerk wordt vooral door de vriendinnen en hun ouders gedaan, maar zo af en toe sluiten ze aan in de bouwschuur. En ook dan weer datzelfde gevoel van saamhorigheid. Er wordt niet gebouwd om anderen de loef af te steken, maar puur voor het plezier van de kinderen. En dat plezier is er: de voorpret maar zeker tijdens de optocht. Ik kan er alleen maar vol trots naar kijken in de hoop dat de meiden iets van de carnavalsgenen mee krijgen. Want hoewel carnaval 'niet meer is wat het vroeger was', zal het waakvlammetje altijd blijven branden en zorgen voor dat broodnodige beetje warmte in de koude bouwschuur.

Marcel Donks, muziekliefhebber uit Waspik